Stelling van Amsterdam

bijgewerkt 01-07-2018

Nationaal reduit rond de hoofdstad
De Stelling van Amsterdam is een verdedigingsring rond Amsterdam, waarvan alleen het zuidelijke deel in de provincie Utrecht ligt. De Stelling ligt op ongeveer vijftien kilometer afstand van Amsterdam en sluit bij Fort Hinderdam aan op de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De kringstelling maakte deel uit van de Vesting Holland en was als laatste verdedigingszone, als ‘Nationaal Reduit’, aangelegd, om Amsterdam als economisch hart van Nederland te beschermen tegen aanvallen uit het oosten. De verdediging is gebaseerd op het onder water zetten van grote gebieden om de vijand tegen te houden. Bij de aanleg van de linie is gebruik gemaaktvan de oudere ontginningen en de bodemgesteldheid. De Stelling van Amsterdam is in verschillende bouwfasen aangelegd tussen 1880 en 1914. Van de in totaal 38 werken liggen er zes in de provincie Utrecht als onderdeel van het zogeheten Zuidfront. Dit zijn de forten Abcoude, Uithoorn, Waver-Amstel, Botshol, Winkel en Nigtevegt. Alleen Abcoude en Nigteveget liggen in het Geoparkgebied. Waar de Nieuwe Hollandse Waterlinie een grote variatie aan forten kent, zijn de forten van de Stelling van Amsterdam veel uniformer.

 

Besluit tot kringstelling in 1874
In 1805 kreeg Krayenhoff de opdracht om een kringstelling rond Amsterdam te ontwerpen, aanvankelijk vanwege de dreigende oorlog tussen Frankrijk en Pruisen, later vanwege een mogelijke Engelse invasie. Tot het einde van de Franse Tijd in 1813 is er gewerkt aan deze eerste stelling. Een van de drie nog resterende posten uit 1810 vinden we aan weerszijden van het riviertje Gein, ten oosten van Abcoude. Na de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie werd bij de Vestingwet van 1874 besloten om een nieuwe kringstelling rond de hoofdstad aan te leggen. In 1880 werd het plan aangenomen. Aanvankelijk werd gedacht aan een kring forten op vijf kilometer afstand van de stadsrand. Door het nieuwe, verreikende geschut besloot men deze afstand te vergroten tot tien à achttien kilometer. Gevolg was dat de stelling een totale lengte van 135 kilometer zou krijgen. Dit centrale of Nationale Reduit moest gaan dienen als laatste waterlinie van ons land, waarachter het leger zich in uiterste nood kon terugtrekken om het nog negen maanden vol te kunnen houden. Voor de ingesloten bemanning en bevolking was er voldoende ruimte voor het weiden van het vee en het verbouwen van voedsel. De hoofdstad Amsterdam moest als economisch hart van Holland tot het uiterste behouden blijven. De Stelling van Amsterdam was niet bedoeld om bij oorlogsdreiging allerlei vluchtelingen van buiten op te vangen, dat zou de verdediger alleen maar tot last zijn, zo lezen wij in een boek over de Stelling.

 

Vesting Holland 1922
In 1904 had men 20,5 miljoen gulden uitgegeven aan een hypermoderne stelling. Maar na vernietiging van de Belgische kringstellingen rond Antwerpen in 1914 had men geen vertrouwen meer in de Amsterdamse Stelling. Het nieuwste, zeer zware krombaangeschut kon de vijftien kilometerzone tussen de kring van forten en de stad gemakkelijk overbruggen. De forten zelf bleken kwetsbare onderdelen van de linie te zijn. Na 33 jaar bouwen en de besteding van 41 miljoen gulden (500 miljoen euro nu) werden alle werkzaamheden aan het Nationaal Reduit gestaakt. De forten Kwadijk, Botshol, Winkel en Coehoorn zouden nooit meer afgebouwd worden. Sterker nog, van vele forten werd tussen 1915 en 1918 het geschut weggehaald en naar depots van het veldleger gebracht, niet in de laatste plaats onder druk van Duitsland, die een Engelse aanval via onze kust vreesde. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog was men ervan overtuigd, dat in een toekomstige oorlog geen rol meer was weggelegd voor een Nationaal Reduit. In 1922 werd de autonome positie van de Stelling opgeheven en ging zij het Noord- en Zuidfront vormen van de Vesting Holland. De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd tot Oostfront gepromoveerd. Voorts behoorden de Stelling van het Hollands Diep en het Volkerak, de Stelling van de Monden der Maas en de Stelling Den Helder tot de Vesting Holland. De kracht van de verdediging lag niet meer in fortenbouw, maar in de inundatie die de vijand moest afschrikken en vertragen. In 1940 werden voor het eerst inundaties gesteld. Dat gebeurde alleen in het noordelijk deel. Het Utrechtse deel van de Stelling is nooit onder water gezet.