Het Naardermeer

bijgewerkt 05-05-2020
bron: © RAAP/Overland

Het Naardermeer geniet landelijke bekendheid als eerste natuurgebied van de Vereniging Natuurmonumenten (1905). Dat het gebied ook aardkundige en daarmee verbonden cultuurhistorische waarden heeft, weten veel minder mensen. Om wat voor soort waarden gaat het daarbij?

Waar
Het Naardermeergebied ligt in de zuid-oost hoek van de provincie Noord-Holland, direct  westelijk van 't Gooi.
toegevoegd door Geopark

Het gebied
Buiten de nog aan de oppervlakte gelegen stuwwallen werd de geo(morfo)logische ontwikkeling van zuidoostelijk Noord Holland de afgelopen duizenden jaren met name door enkele rivierarmen, moerasmilieus, kwelwater en de soms opdringerige (Zuider)zee bepaald. Geleidelijk begraven rakende stuwwallen waren vooral aanvankelijk nog van grote invloed op de ontwikkeling van de moerassen en de vorming van meren. Zo ontstonden het Naarder- en later drooggelegde Horstermeer tussen uitlopers van de Gooise stuwwallen.

Het Naardermeer ligt in een vrijwel overal waterrijk gebied met een complex meren, waartussen en waaromheen deels met loofhout begroeide moerassen zijn gelegen. Aan de westzijde ook enig poldergrasland.

Ontstaan van het meer
Het ontstaan van het Naardermeer kunnen we niet los zien van de vlakbij gelegen Vecht. Deze rivier meandert (kronkelt) sterk en deed dat zo’n 2000 jaar geleden ook al. De stroming en de zuidwestenwind zorgden voor verplaatsing van de rivierbocht. Voor het ontstaan van een meer waren vervolgens wind en golfslag nodig. Deze natuurkrachten werkten in op het slappe veen in de buitenbocht van de rivier. Dit veen, dat gemakkelijk weggeslagen kon worden, lag in een gebied waar veel grondwater uit de ondiep gelegen zandondergrond naar boven welde (‘kwel’).

Het wegslaan van het veen en daarmee de uitbreiding van het meer stopte in de zone waar het veenpakket te dun werd en de steviger zandbodem dichter aan het oppervlak lag. Dat bepaalde uiteindelijk de oostelijke afronding van de veenplas. Met kades werd dit natuurlijke fenomeen uiteindelijk in de zeventiende eeuw door mensenhanden vastgelegd. Nadien zorgde vooral verlanding ervoor dat het meer wat kleiner werd. In zekere zin gaat het geologisch proces dus nog altijd door.

In het recente verleden ondervonden de riviertjes duidelijk de invloed van getijden. Ze zetten daarbij echter slechts weinig materiaal af. Als gevolg hiervan werden de omstandigheden op wat grotere afstand van hun beddingen gunstig voor de veenvorming, die er dan ook vrij algemeen mogelijk zou worden. Op veel plaatsen kon die veenvorming zelfs doorgaan tot de mens er in de Middeleeuwen een eind aan maakte.

In het verleden is het Naardermeer tweemaal drooggelegd en vervolgens weer aan het water prijsgegeven. Het meer werd in 1629 voor het eerst leeggemalen. De eerste inundatie vond al in datzelfde jaar plaats en had tot doel om Amsterdam beter te beschermen tegen een beleg door de Spanjaarden.

In 1884 is het Naardermeer voor de tweede maal drooggelegd. De oude zandondergrond ervan bleek echter onvruchtbaar, terwijl de kwel uit de toenmalige Zuiderzee en het Gooi de bemaling onevenredig duur maakte. Twee jaar na de droogmaking werd daarom besloten de polder andermaal aan het water prijs te geven. In het meer dat zich daarop weer kon vormen, ging een interessante successie van verlandingsvegetaties optreden, waarbij zelfs broekwouden ontstonden.

In 1904 door het toenmalige gemeentebestuur van Amsterdam opgevatte plannen om het meer vol te storten met huisvuil leidden dan ook tot heftige protesten. Bovendien vormden zij een jaar later de aanleiding tot de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Deze vereniging kocht in 1906 een groot deel van het Naardermeergebied, dat zo de eerste bezitting van de organisatie werd. Later zijn ook de overige delen van de voormalige droogmakerij door Natuurmonumenten opgekocht. Dankzij deze aankopen kunnen wij de interessante verlandingsvegetaties in het gebied van de vroegere Naardermeerpolder ook heden nog bestuderen.

Afsluiting van een actief systeem
In 1383 en 1389 werden sluizen gebouwd. Deze sloten het Naardermeer af van het rivierwater van de Vecht. Tot die tijd bestond er dus een open verbinding tussen het meer enerzijds en de Vecht en Zuiderzee anderzijds. Met de bouw van de sluizen stopte de afzetting van (rivier- en zee)klei aan de westzijde van het Naardermeer. Dit deel van het Naardermeer verlandde daardoor deels. Deze ontwikkeling verklaart de verschillen in ondergrond van het meer tussen het westen (klei) en oosten (zand).

Vechten tegen de natuur
Grofweg in de periode 1000-1200 werden de veengebieden rondom het Naardermeer door de mens in cultuur gebracht om er landbouw op te kunnen plegen. Vanaf 1561 werd nagedacht over een drooglegging van het meer zelf, om het hele gebied als landbouwgrond te kunnen gebruiken. In 1614 vond de verkoop van een deel van de moerassige oever plaats. Die werd tot landbouwgrond ontgonnen. Deze ontginningen, in de omgeving van het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, zijn daarna altijd blijven bestaan. In 1623-1626 werd een sluitende bedijking, de Meerkade, aangelegd met het oog op drooglegging van het meer. Vanaf dat moment is door de eeuwen heen meerdere malen geprobeerd het meer droog te leggen. Agrarisch gebruik en turfwinning waren de belangrijkste redenen. Het gebruik als cultuurland werd echter steeds opgegeven, op de ontginning uit 1614 na. Soms was de aanleiding militair van aard, zoals in 1629. Toen werd het gebied weer onder water gezet om Amsterdam onbereikbaar te maken voor de vijand. Veelal waren de natuurlijke omstandigheden echter de reden. Kort na 1809 werd een poging gestaakt vanwege de slechte kwaliteit van de turf. De inpoldering van 1886 werd opgegeven door invloed van brak water uit de Zuiderzee en de slechte bodemchemische toestand. Bij die poging was het zuidoostelijke deel (tegen de Gooise stuwwal) al buiten de werkzaamheden gelaten. Daar welde zoveel water uit de bodem omhoog dat de drooglegging kansloos geacht werd. Het Naardermeer is daarmee de tegenhanger geworden van de Horstermeerpolder. Deze werd in dezelfde periode drooggelegd en bleef wel bestaan. Nog aanwezige landschappelijke en gebouwde relicten bij het Naardermeer, zoals de molen De Onrust (1809), getuigen van de strijd van de mens tegen de moeilijke aardkundige en hydrologische omstandigheden. Dat het meer sinds 1905 beschermd wordt als natuurmonument is om dat de mens in die jaren ‘de mooie en gezonde natuur’ als tegenhanger van ‘de lelijke en vuile stad’ ging waarderen.

De natuur is leidend
In 1905 kocht de pas opgerichte Vereniging Natuurmonumenten het meer aan vanwege de hoge ecologische waarde ervan. Een gebruik als stortplaats van Amsterdams huisvuil was toen al afgewend. In de randzones van het meer vindt door natuurlijke processen herstel van veen plaats.

Aardkundig Monument
toegevoegd door Geopark
Bron: o.a.Brochure-Aardkundige-monumenten-Noord-Holland
Vanuit de door het veengebied stromende riviertjes werd het veen door afslag van de oevers vaak ook aangetast waarbij
meren werden gevormd. Zo ontstond het Naardermeer, de Bijlmermeer en de Watergraafsmeer.

Het Naardermeer is een bijzonder verhaal omdat men dit meer zowel in de 17e als de 19e eeuw heeft proberen in te polderen. De eerste keer is het mislukt vanwege de Grote Vaderlandse Oorlog (80 jarige oorlog) en de tweede keer vanwege de sterke kwel van water uit de ondergrond.

Uiteindelijk werd het Naardemeer in 1906 het eerste door de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten aangekochte gebied. Het is geworden tot een Natuurmonument met een grote symbolische waarde. In 2005 is het Naardermeer door de provincie Noord-Holland tot Aardkundig Monument benoemd.

Bijzonder aan dit meer is dat er op de bodem nog een kleilaag ligt die vanuit de rivier in het meer is afgezet. De eerste kleiafzetting vond in de Romeinse Tijd plaats, de laatste in de 14e eeuw. Jongere klei komt niet op de bodem van het meer voor omdat in 1383 AD het meer werd afgesloten van de Vecht door de aanleg van een dam bij Uitermeer. Op grond van deze gegevens is het ontstaan van het Naardermeer goed te reconstrueren.

 

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Het Naardermeer als natuurlijk meer, ontstaan vanuit een rivierbocht, met zijn ecologische waarden en veenherstel langs de randen.
  • Relicten van de verschillende ontginningspogingen, zoals kade- en groenstructuren met bijbehorende afwateringssloten, eendenkooien, boerenerven met omringend cultuurlandareaal (1614), overblijfselen van het tochten- en slotenpatroon uit 1883-1886, een molen (1809) en een stoomgemaal (1883).
  • Relicten van het militair gebruik van het gebied, zoals de forten langs de Karnemelksloot (1873). Watergang (tocht) met huisplaats van de Visschersplaats, als getuigenis van de uitwatering en gebruik van het meer.

Beheerder: Natuurmonumenten https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/naardermeer

Links: https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Water_Bodem/Aardkundig_erfgoed/Publicaties/Brochure_Aardkundige_monumenten.pdf