Het Naardermeer

bijgewerkt 11-03-2019

Waar
Het Naardermeergebied ligt in de zuid-oost hoek van de provincie Noord-Holland, direct  westelijk van 't Gooi.

Het gebied
Buiten de nog aan de oppervlakte gelegen stuwwallen werd de geo(morfo)logische ontwikkeling van zuidoostelijk Noord Holland de afgelopen duizenden jaren met name door enkele rivierarmen, moerasmilieus, kwelwater en de soms opdringerige (Zuider)zee bepaald. Geleidelijk begraven rakende stuwwallen waren vooral aanvankelijk nog van grote invloed op de ontwikkeling van de moerassen en de vorming van meren. Zo ontstonden het Naarder- en later drooggelegde Horstermeer tussen uitlopers van de Gooise stuwwallen.

Het Naardermeer ligt in een vrijwel overal waterrijk gebied met een complex meren, waartussen en waaromheen deels met loofhout begroeide moerassen zijn gelegen. Aan de westzijde ook enig poldergrasland.

In het recente verleden ondervonden de riviertjes duidelijk de invloed van getijden. Ze zetten daarbij echter slechts weinig materiaal af. Als gevolg hiervan werden de omstandigheden op wat grotere afstand van hun beddingen gunstig voor de veenvorming, die er dan ook vrij algemeen mogelijk zou worden. Op veel plaatsen kon die veenvorming zelfs doorgaan tot de mens er in de Middeleeuwen een eind aan maakte.

In het verleden is het Naardermeer tweemaal drooggelegd en vervolgens weer aan het water prijsgegeven. Het meer werd in 1629 voor het eerst leeggemalen. De eerste inundatie vond al in datzelfde jaar plaats en had tot doel om Amsterdam beter te beschermen tegen een beleg door de Spanjaarden.

In 1884 is het Naardermeer voor de tweede maal drooggelegd. De oude zandondergrond ervan bleek echter onvruchtbaar, terwijl de kwel uit de toenmalige Zuiderzee en het Gooi de bemaling onevenredig duur maakte. Twee jaar na de droogmaking werd daarom besloten de polder andermaal aan het water prijs te geven. In het meer dat zich daarop weer kon vormen, ging een interessante successie van verlandingsvegetaties optreden, waarbij zelfs broekwouden ontstonden.

In 1904 door het toenmalige gemeentebestuur van Amsterdam opgevatte plannen om het meer vol te storten met huisvuil leidden dan ook tot heftige protesten. Bovendien vormden zij een jaar later de aanleiding tot de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Deze vereniging kocht in 1906 een groot deel van het Naardermeergebied, dat zo de eerste bezitting van de organisatie werd. Later zijn ook de overige delen van de voormalige droogmakerij door Natuurmonumenten opgekocht. Dankzij deze aankopen kunnen wij de interessante verlandingsvegetaties in het gebied van de vroegere Naardermeerpolder ook heden nog bestuderen.

 

Aardkundig Monument
Bron: o.a.Brochure-Aardkundige-monumenten-Noord-Holland
Vanuit de door het veengebied stromende riviertjes werd het veen door afslag van de oevers vaak ook aangetast waarbij
meren werden gevormd. Zo ontstond het Naardermeer, de Bijlmermeer en de Watergraafsmeer.

Het Naardermeer is een bijzonder verhaal omdat men dit meer zowel in de 17e als de 19e eeuw heeft proberen in te polderen. De eerste keer is het mislukt vanwege de Grote Vaderlandse Oorlog (80 jarige oorlog) en de tweede keer vanwege de sterke kwel van water uit de ondergrond.

Uiteindelijk werd het Naardemeer in 1906 het eerste door de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten aangekochte gebied. Het is geworden tot een Natuurmonument met een grote symbolische waarde. In 2005 is het Naardermeer tot Aardkundig Monument benoemd.

Bijzonder aan dit meer is dat er op de bodem nog een kleilaag ligt die vanuit de rivier in het meer is afgezet. De eerste kleiafzetting vond in de Romeinse Tijd plaats, de laatste in de 14e eeuw. Jongere klei komt niet op de bodem van het meer voor omdat in 1383 AD het meer werd afgesloten van de Vecht door de aanleg van een dam bij Uitermeer. Op grond van deze gegevens is het ontstaan van het Naardermeer goed te reconstrueren.