Ontwikkelingen

Share Button

bijgewerkt 08-01-2018
ACTUELE LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN IN MIDDEN NEDERLAND

bijdragen van
STICHTING NATIONAAL LANDSCHAPSKUNDIG MUSEUM
EN DOCUMENTATIECENTRUM “TELLURIS”

08-01-2018

Utrechts Landschap verwierf park vliegbasis Soesterberg
Op 15 december heeft de provincie Utrecht het deel van de voormalige vliegbasis Soesterberg dat voortaan zal worden beheerd als natuurgebied overgedragen aan de stichting Het Utrechts Landschap. De in 2009 door de luchtmacht verlaten vliegbasis wordt beschouwd als een onderdeel van twee belangrijke ecologische verbindingszones.Vastgesteld is dat er meer dan 2000 soorten planten en dieren leven.

De vegetatie van het natuurgebied bestaat uit bos, bloemrijke schrale grassteppen en enkele heiderestanten. Bloemrijk schraal grasland zou nergens in Noordwest Europa nog zo’n grote oppervlakte beslaan als op de voormalige vliegbasis. We vinden het er vooral langs de vroegere startbanen, die destijds werden aangelegd op de vrijwel vlakke ondergrond van een uitgestrekte waaier grinderige ijssmeltwaterafzettingen.

Op het schrale grasland zijn inmiddels meer dan 600 plantensoorten aangetroffen. Bovendien blijkt de zeldzaam geworden veldleeuwerik er zich goed thuis te voelen. Die vormt er zelfs de grootste populatie van Midden Nederland. Zeldzame insecten van het schrale grasland zijn onder andere de kommavlinder en blauwvleugelsprinkhaan.

Bos bleef op de vliegbasis met name behouden op de stuwwal Den Dolder – Amersfoort. Een deel ervan werd gebruikt voor de opslag van munitie, waaraan voor vleermuizen interessante bunkers blijven herinneren.

In het bos is een zigzaggende route van vijf kilometer uitgezet. Die route begint en eindigt bij het ook op de basis gevestigde Nationaal Militair Museum. Het tracé van de gemarkeerde  route is min of meer lusvormig, wat betekent dat over een vrij grote lengte visa versa moet worden gelopen. Een aantal blusvijvers van de vliegbasis is natuurvriendelijk ingericht. Ze blijken allerlei libellensoorten een geschikt leefmilieu te bieden.

Benoorden de vliegbasis werd het bosrijke landgoed De Palz onlangs ook eigendom van de Stichting Het Utrechts Landschap. Ook dat landgoed werd grotendeels openbaar toegankelijk. Bovendien is er net als in het bos van de voormalige vliegbasis een wandelroute gemarkeerd. 

Bouw ecoduct ten zuidwesten van Maarn begonnen
Tussen Maarn en Doorn is begonnen met de bouw van een natuurbrug over de provinciale weg N 227. Die ecologische verbinding werd op de noordoostelijke flank van de stuwwal gepland. Het terrein van het enkele hectaren grote plangebied ligt 22 à 30 meter boven NAP. 

Vanwege de realisatie van het ecoduct werd vijf hectare bos gerooid. Hierdoor kon het voor de bouw van het ecoduct nodige grondverzet worden uitgevoerd. In het kader hiervan worden ook twee vijvertjes gegraven. Waar op het ontboste terrein geen grondverzet van betekenis nodig leek is een heidevegetatie gepland.

Het plan de natuurbrug te realiseren werd niet door iedereen gewaardeerd. Sommigen ervaren het project primair als een aantasting van het bosgebied. Bovendien wordt getwijfeld aan de betekenis ervan voor de levende natuur. Die zou de financiering ervan niet rechtvaardigen. In dat verband is ook gewezen op de mogelijkheid goedkoper een veilige ecologische verbinding te realiseren. Daarbij wordt vooral gedacht aan de bouw van tunneltjes voor de kleinere dieren. Maar ook aan het plaatsen van installaties, die automobilisten met lichtsignalen waarschuwen als groter wild de weg wil oversteken.

Door de bouw van het ecoduct worden ook geomorfologische landschapswaarden aangetast. De provincie meent echter dat kleinschalig grondverzet dan nog kan worden toegestaan als de kwaliteiten van de plek waar de ingreep zou moeten plaatsvinden niet onevenredig worden aangetast. We dienen dan in ieder geval vergraving van interessant micoreliëf te vermijden. En ook te weten waar bij het opsporen ervan alzo op moet worden gelet. Helaas is dat ondanks recente aanvullende verkenningen nog onvoldoende bekend. Wat een verantwoorde omgang met de geostructuur nog in de weg staat.

Sommige bedenkingen tegen de geplande ingreep gaven de lokale afdeling van de VVD aanleiding daarover vragen te stellen in de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De meerderheid van de Raad steunde het plan echter.

Kostendragers gaan behoud kwaliteiten landgoed Prattenburg bevorderen
De provincie Utrecht heeft in december van vorig jaar een inpassingsplan vastgesteld, waardoor het financieel beter mogelijk wordt de kwaliteiten van het bosrijke oude Landgoed Prattenburg te behouden. Het grote landgoed occupeert tussen Veenendaal en Elst een tamelijk smal maar vrij hoog deel van de Utrechtse Heuvelrug. Het overgrote deel van het landgoed ligt op het grondgebied van de gemeente Rhenen, terwijl een klein gebied onderaan de noordoostflank van de heuvelrug onder Veenendaal valt. Het bosgebied wordt gesneden door de verharde weg die Veenendaal via een stuwwalpas met Elst verbindt. Die weg werd Veenendaalse Straatweg genoemd.

Het inpassingsplan werd in overleg met de beide gemeenten en de landgoedeigenaar opgesteld. Dat gebeurde met inachtneming van het uitgangspunt dat er op het bosrijke terrein niet meer bebouwing zou komen te staan dan er in het recente verleden stond. Dit hield wel in dat sloop van bebouwing, waarvan de aanwezigheid vanwege haar kenmerken en/of ligging ongewenst leek zou kunnen worden gecompenseerd.

In het kader van het project zullen vier kleine terreinen een andere bestemming krijgen. In het uiterste zuidwesten van het bosgebied is dat de bij de Veenendaalse Straatweg gelegen Eikelkamp. Het was de vestigingsplaats van een StayOKay (jeugdherberg). De bestaande bebouwing wordt er vervangen door vier recreatiebungalows. Bovendien is op het terrein een zogenaamde bomenkathedraal gepland.

Aan de andere kant van de Veenendaalse Weg zal een op de noordoostelijke stuwwalflank gelegen enclave cultuurland van het Schupse Bos waar een hotel mocht worden gebouwd nu bebost worden. Hiertegenover staat dat onderaan de noordoostelijke stuwwalflank middenin het Bosje van Wartou een hotelaccomodatie mag worden gerealiseerd. Het bosje ligt tegenover het natuur- en recreatiegebied van de grote voormalige groeve Kwintelooijen.

Het vierde terrein dat een andere functie werd toegedacht is de huiskavel van de Julianahoeve, waar zich na sloop van enkele opstallen een kleinschalige zorginstelling mag gaan vestigen. De Julianahoeve staat vlakbij de bebouwde kom van Veenendaal in een aantrekkelijk agrarisch gebied. Veel percelen van een complex evenwijdige strookvormige kavels worden er gemarkeerd door brede houtsingels.

Twee nieuwe faunatunneltjes tussen Utrecht en De Bilt
De grote stad Utrecht en het verstedelijkte De Bilt worden nog slechts door een vrij smalle strook landelijk gebied van elkaar gescheiden. Het is de bedoeling dat die ook deel zal gaan uitmaken van de al jaren geleden geplande ecologische verbinding tussen het natuurrijke venig polderland ten noordoosten van Utrecht en de Kromme Rijnstreek. Met de inmiddels al ver gevorderde realisatie ervan wordt ook beoogd de barrièrewerking van de autosnelweg A 27 te beperken. In het kader van het project zullen binnenkort nog twee Utrecht en De Bilt verbindende wegen worden onderkruist met een tunneltje. Dat zijn de Biltse Rading en Biltse Straatweg (N 237). De grotendeels evenwijdige tracés van de wegen liggen ongeveer 600 meter van elkaar verwijderd.

Het tunneltje onder de Biltse Rading kon in onbebouwd polderland worden gepland. Ter plekke van de Biltse Straatweg bood echter alleen een smalle lommerrijke strook ter hoogte van het kleine verdedigingswerk Griftenstein de mogelijkheid de situering van een faunatunneltje bij bebouwing te vermijden.

De tunneltjes worden drie meter breed en 1,75 meter hoog. De verwachting is dat de tunneltjes onder meer van belang zullen zijn voor de das, kleine marterachtigen en de ringslang.

Ecologisch belangrijke plekken van de verbindingszone zijn al het voormalige fort Voordorp en een door bossages omgeven en gemaskeerde ontzandingsplas die samen een meer dan een kilometer lange waterrijke zone vormen.

Odijk ontziet erfgoed bij zuidwestwaartse uitbreiding
De bebouwde kom van Odijk wordt grotendeels omgeven door een vrij grote en tamelijk brede meander van de Kromme Rijn. Even voor de markante bocht vormde de rivier een deels haarspeldachtige stroombedding. Die zou bij de aanleg van de 19de-eeuwse Nieuwe Hollandse Waterlinie echter worden afgesneden door het graven van een kanaal.

Het oude Utrechtse dorpje Odijk ontstond bij de binnenzijde van de grote meander. De grotendeels enigszins zandige en relatief hooggelegen kronkelwaard die de Kromme Rijn er voordien bouwde werd namelijk ervaren als een ook in agrarisch opzicht aantrekkelijke vestigingsplaats.

Odijk zou lang een kleine landelijke nederzetting blijven. Vanwege de betrekkelijke nabijheid van de grote stad Utrecht werd het dorp in de tweede helft van de vorige eeuw echter ook interessant voor forensen. Daardoor zou de plaats zich flink gaan uitbreiden. Als gevolg hiervan raakte inmiddels vrijwel de gehele kronkelwaard bebouwd. En in het recente verleden ook de ten zuiden ervan gelegen waard die door de afgesneden haarspeldachtige bocht wordt omarmd. De bebouwde kom van Odijk beslaat daardoor thans een oppervlakte van anderhalve vierkante kilometer.

Een verdere uitbreiding van Odijk lijkt nog in een behoefte te zullen voorzien. Die is nu zuidwestelijk van het dorp gepland. De provinciale weg N 229 zal daardoor enkele honderden meters binnen de bebouwde kom van het verstedelijkende dorp komen te liggen.

Bij de thans beoogde uitbreiding zal zorgvuldig met bijzondere (landschappelijke) erfgoedwaarden worden omgegaan. Zo is het de bedoeling de er als gemeentemonument geklasseerde 17de-eeuwse krukhuishoeve Het Burgje en een erbij gelegen boomgaard te behouden als multifunctioneel (cultureel) centrum. Dat wordt ook nagestreefd vanwege de ligging van de boerderij. Bij of ter plekke van de op oudere fundamenten gebouwde hoeve zou namelijk het kasteel Ter Borch hebben gestaan.

Van belang is ook dat de vormgeving van een wat noordelijker gepland plantsoen gaat verwijzen naar de ontdekking van een Romeins grafveld in en bij het gebied van de toekomstige groenvoorziening. Door het creëren van een groot aantal (omwalde) ronde heuveltjes zal worden getoond hoe enkele duizenden jaren geleden aangelegde begraafplaatsen er veelal uitzagen. Elders in ons land is dat op sommige plaatsen trouwens nog steeds te zien.

Voorgesteld werd de bij de hoeve Het Burgje en het plantsoen met “grafheuvels” geplande woonbuurten respectievelijk Het Burgje en De Graven te noemen.

Afgelopen zomer zijn in het plangebied bij opgravingen ook restanten gevonden van de verdwenen Middeleeuwse hoeve Vinkenburg.

20-09-2017

Mobilisatiecomplex Bussum wordt woonbos
In de vorige eeuw werd het heuvelachtige en natuurrijke Gooi een aantrekkelijke streek om zich te vestigen. Een gevolg daarvan was dat de streek toen sterk ging verstedelijken. Gelukkig werd al vrij spoedig vrij algemeen beseft dat het opportuun was er ook zuinig te zijn op de natuur.
Ook in bestuurlijke kringen wordt er daarom reeds tientallen jaren naar gestreefd het overgrote deel van de bos- en heidegebieden te vrijwaren van bebouwing. Die wordt daar mondjesmaat nog wel toegestaan als er andere bebouwing gesloopt werd.
Een recent voorbeeld is de huidige transformatie in een woonbos van een bij Bussum gelegen nog grotendeels bebost, voormalig mobilisatiecomplex. Het lag bij een voormalige zanderij van het landgoed Cruijsbergen, die na een periode van agrarisch grondgebruik in een “secundair” natuurgebied werd veranderd.
Vanwege deze ligging is het geplande woonbos Landgoed Nieuw Cruijsbergen gedoopt. In 2016 begon er de bouw van 50 woningen. Daarvan wordt ruim de helft geconcentreerd in een drietal lage appartementencomplexen. Er omheen verrijzen 24 twee of vier onder een kappers.
De bosrestanten, smalle gracht en voormalige blusvijver van het gebied zullen worden beheerd door het Goois Natuurreservaat, dat daarvoor een vergoeding is beloofd. Verwacht wordt dat het beheer de komende twee decennia in totaal € 200.000 zal kosten. Intussen is ons gebleken dat bij de uitvoering van het project herhaaldelijk het bouwbesluit werd overtreden en daarom nog allerlei verbeteringen zullen moeten worden aangebracht. Dat zou tot vertragingen kunnen leiden.

Laagte met Laarder Wasmeer gesaneerd
Oostelijk van Hilversum werd de natte natuur van het Groot of Laarder Wasmeer en omgeving dankzij een vrij ingrijpende sanering andermaal een voedselarm milieu, waar zich de afgelopen jaren ook weer de voor dat milieu kenmerkende planten- en diersoorten zouden gaan vestigen.
Omstreeks 1800 was het natte milieu een gebied van voedselarme vennetjes, die er in ondiepe terreindepressies op een ondoorlatende bodem waren ontstaan. Later zouden in de omgeving gevestigde industrieën er lange tijd hun afvalwater lozen.
Bovendien fungeerde het gebied als vloeiveld van een rioolwaterzuiveringsbedrijf. Een gevolg was dat het gebied waterrijker werd en er geregeld min of meer giftig slik zou gaan bezinken.
De fijnbesnaarde flora van voedselarme milieus werd er toen verdrongen door de robuustere en “agressievere” levende natuur van voedselrijke gronden, waarbij wilgen en riet gingen domineren.
In 1932 is het gebied aangekocht door de gemeente Hilversum.  Er zou daarna echter nog niet veel veranderen. Later werd echter duidelijk dat het min of meer giftige slib dat in het gebied bezonk bij lage waterstanden plaatselijk uitdroogde en ging stuiven. Bovendien zou gaandeweg beseft gaan worden dat dit de gezondheid van de omgeving schaadde. Dat leidde tot het besluit het gebied te bevrijden van de schadelijke infiltraties en de bodem ervan te saneren. De sanering vond in de jaren 2003-2011 plaats.
Ze bood ook de gelegenheid aardhistorisch onderzoek te verrichten. Dat werd door de Universiteit van Amsterdam onder leiding van professor Jan Sevink uitgevoerd.  Door het onderzoek bleek dat er sinds de laatste ijstijd meermalen geregeld zandverstuivingen plaatsvonden.
Dat was met name tijdens relatief droge klimaatfasen het geval. Activiteiten van de mens zouden die verstuivingen pas later bevorderd hebben. Aan de verstuivingen herinneren (vrij) jonge duinformaties. Een groot deel ervan vormt een gordel buitenlangs de noord- en oostrand van de laagte. In de laagte komen lokaal echter ook duinen voor.
Op enkele plekken zijn trouwens nog steeds verstuivingen mogelijk. De sanering bood de flora van voedselarme milieus in het gebied nieuwe toekomstperspectieven. Symptomen daarvan zijn het thans weer voorkomen van klokjesgentiaan, kleine zonnedauw, veenpluis en snavelbies.
Het gebied van het Groot Wasmeer en omgeving wordt tegenwoordig beheerd als natuurreservaat, in verband waarmee het slechts beperkt en onder geleide mag worden bezocht. Het voorkomen van ongewenste natuurlijke herbebossing is er gedelegeerd aan grote grazers.

Toch meer industrie bij Maarsbergen ?
Zoals ons stichtingsbestuur al vreesde stemden de meeste raadsleden van de gemeente Utrechtse Heuvelrug in met een ongewijzigde goedkeuring van het ontwerp bestemmingsplan Maarsbergen Oost.
Alleen vertegenwoordigers van de SP en een locale partij waren er tegen.
Onze stichting betreurt een en ander vooral omdat het bestemmingsplan ook voorziet in een flinke uitbreiding van een klein industrieterrein over een nog natuurrijk deel van een stuwwalzoomterras.
Een van de organisaties die de geschetste ontwikkeling hoogst ongewenst vindt heeft nu beroep tegen het bestemmingsplan aangetekend. Dit kon nog tot 1 september.
In het beroepschrift is vooral het nut en de noodzaak van de uitbreiding van het bedrijventerrein ter discussie gesteld. Niet in de laatste plaats omdat de zogenaamde verstedelijkingsladder als toetsingskader zou moeten zijn gehanteerd.

De toekomst van het Rhenense MOB-terrein
Het Rijksvastgoedbedrijf verkoopt gaandeweg de militaire terreinen die in de vorige eeuw werden ingericht voor logistieke doeleinden om gemobiliseerde troepen snel van voldoende materieel en munitie te kunnen voorzien.
Een van die voor logistieke militaire doeleinden ingerichte terreinen ligt ten noordoosten van het Utrechtse dorpje Elst op grondgebied van de gemeente Rhenen.
Het oudere deel van Elst is een onderlangs de zuidwestflank van de Utrechtse Heuvelrug ontstane wegnederzetting.  Het onderwerpelijke MOB-terrein beslaat een oppervlakte van 14,5 ha. Die maakte deel uit van een overwegend circa 15 – 25 meter boven NAP gelegen zone waar agrarisch grondgebruik de heuvelrugflank lange tijd domineerde.
Ter plekke van het MOB-terrein is de zuidwestflank van de Utrechtse Heuvelrug ongeveer vijf meter hoger dan in de naaste omgeving ervan.  Vroeger behoorde het gebied van het MOB complex tot het domein van de uitgestrekte tabaksplantage Willem III, waar het aan de noordwestrand van lag.
Bij zijn inrichting voor logistieke militaire doeleinden werd het terrein grotendeels  bebost en vanuit het zuidwesten ontsloten door een lusvormige weg. In de naaste omgeving van de weg verrezen magazijnen met een zadeldak en een tweetal dienstwoningen. Door de realisering van deze voorzieningen raakte 20% van het gebied van het MOB complex verhard en 10% bebouwd.
Het niet tot het militaire domein behorende deel van de tabaksplantage is een aantal jaren geleden aan de natuur teruggegeven en tegenwoordig eigendom van de Stichting Het Utrechts Landschap. Die organisatie bezit trouwens ook een aangrenzend deel van de gordel bos en heide op de nabijgelegen hogere delen van de Utrechtse Heuvelrug.
Aan de (noord)westkant wordt het MOB-terrein nog steeds begrensd door agrarisch cultuurland.   De zuidwestelijke ingang van het terrein ligt aan de landweg Zwijnsbergen, waarvan de overzijde gezelschap geniet van (agrarische) lintbebouwing.
De weg Zwijnsbergen markeert een relatief laag deel van de heuvelrugflank dat tot ongeveer 15 meter boven NAP reikt.  Het lijkt waarschijnlijk dat het substraat van het MOB terrein plaatselijk van archeologische betekenis bleef.  Vanwege zijn huidige functie en (potentiële) kwaliteiten werd het MOB-terrein in het vigerende bestemmingsplan aangeduid als  Maatschappelijke militaire zaken en archeologie.
Relevant is ook de ligging van het terrein buiten de rode contouren, waarmee de grenzen werden gemarkeerd van de gebieden waar de provincie Utrecht verstedelijkingsplannen in principe welwillend beoordeelt. Bovendien ligt het MOB-complex in een zone die werd gereserveerd voor de landelijke Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De bedoeling is dat bebouwing daar wordt vermeden en in het algemeen belang lokaal zelfs verwijderd. Om misverstanden te voorkomen attenderen wij er op dat de Ecologische Hoofdstructuur onlangs werd omgedoopt in het Nationaal Natuur Netwerk (NNN).
Sinds het MOB terrein zijn huidige functie verloor wordt nagedacht over de toekomst ervan. Die zal via een bestemmingswijziging moeten worden geregeld. Een andere dan de huidige eigenaar mag de nieuwe bestemming dan realiseren.
In verband hiermee werden de 14,5 ha van het lommerrijke MOB-complex onlangs te koop aangeboden.
Om het terrein te kunnen verwerven moet een aspirant eigenaar er 12 oktober 2017 met een bod en plan op hebben gereageerd. Vervolgens zal uit de geboden mogelijkheden een keuze worden gemaakt. Toetsingskader is dan een goede ruimtelijke ordening, waarbij maatschappelijk verantwoord rekening wordt gehouden met de huidige en potentiële kwaliteiten van het terrein.
De gemeente Rhenen bleek bereid daarbij enige vervangende bebouwing te accepteren. In dit verband wordt onder meer gedacht aan de bouw van een hotel of zo’n 15 (luxe) woningen.
Tegelijk zou de natuur echter ook meer de ruimte moeten krijgen. Hieraan zal een substantiële verkleining  van de oppervlakte (weg)verhardingen betekenend kunnen bijdragen.
Te verwachten valt dat de meeste aspirant eigenaren het voormalige MOB-terrein winstgevend willen exploiteren en dit ook financieel aantrekkelijk kan worden voor de gemeente Rhenen. Het is daarom zaak ervoor te waken dat dit niet zal leiden tot een ernstige aantasting van onvervangbare bijzondere natuur- en landschapswaarden.

De toekomst van de Elster Buitenwaarden
De afgelopen jaren bereidde Utrechts Landschap in het kader van het project Noordoever Nederrijn een herinrichting van de Elster Buitenwaarden voor. Daarvoor werd samengewerkt met de gebiedscoöperatie O-gen, provincie Utrecht, gemeente Rhenen en Rijkswaterstaat.
In het kader van de herinrichting zal de vermeste bovengrond van het grasland worden verwijderd. Hierdoor wordt het geschikt voor het ontstaan van soortenrijkere graslanden. De voor de grootschalige aftichelingen duidelijk relatief laag gelegen natte hooilanden zullen bij de maaiveldverlagingen zodanig worden verdiept dat moerassen en geulen met open water ontstaan. Verwacht wordt dat de geulen gevuld raken met schoon grondwater en hierdoor een soortenrijke onderwaterwereld zal ontstaan, waar zich ook diverse vissoorten zullen thuisvoelen.
In het recente verleden is aan de kant van de Amerongse Bovenpolder bij een voormalige machinistenschool al een deel van zo´n geul gecreëerd. Dichtbij de Utrechtse Heuvelrug zal via enkele uitgravingen het toevloeien van relatief voedselarm kwelwater uit die zandige hoge zone worden bevorderd.
Wij vragen ons echter af of dat niet een vorm van roofbouw is die op de heuvelrug na verloop van tijd tot ongewenste verdrogingen leidt. Met de (klei)grond die bij de ontgravingen vrijkomt zal de zandwinplas zowel worden verondiept als verkleind, waardoor een ecologisch interessantere situatie zou ontstaan.
De in de Elster Buitenwaarden behouden gebleven zomerkade wordt ten dele geschikt gemaakt voor recreatief medegebruik door wandelaars. De bedoeling is de wandelroute die aldus ontstaat te verbinden met die van het aangrenzende deel van de Utrechtse Heuvelrug.
De herinrichting voorziet ook in een transformatie van de Rijnoever, die van stenen bevrijd en verflauwd wordt. Om de afvoercapaciteit van de Elster Buitenwaarden te vergroten zal verbossing van de uiterwaard worden tegengegaan. De uiterwaard blijft dus een vrijwel geheel slechts met lage vegetaties begroeide zone. Dat is in feite echter geen herstel van een natuurlijke situatie.

De geschiedenis van de Elster Buitenwaarden
Het zuidoostelijk deel van de Utrechtse Heuvelrug werd sedert zijn ontstaan in de   voorlaatste ijstijd her en der geschampt door de grote rivieren.
Dat was vooral stroomopwaarts van het huidige Amerongen tussen het lintdorp Elst en de buurtschap Remmerden het geval.
Hieraan herinnert nog een metershoog, met houtgewas begroeid klif. Het begrenst de meer dan drie kilometer lange en maximaal zeshonderd meter brede Elster uitenwaarden. Omstreeks het begin van de vorige eeuw was die zone nog een gave, als grasland    geëxploiteerde Rijnuiterwaard.  Die werd toen in de lengterichting via enkele natuurlijke laagten ontwaterd door bochtige sloten. In de loop van de vorige eeuw zou de waard echter wordt geteisterd door de winning van oppervlaktedelfstoffen.
Daaraan herinnert onder andere een flinke zandwinplas.  Bovendien verdween er veel microreliëf door aftichelingen. De zomerkade van de uiterwaard bleef echter behouden.
In 1997 verwierf het Utrechts Landschap de zandwinplas en enig grasland van het gebied. Daardoor werd de organisatie er eigenaar van 10 ha. Sinds 2006 is haar bezit er onder meer via pacht verder uitgebreid.

 

Share Button