Onderbouwing-Groot Wasmeer, ‘t Bluk, Leeuwenkuil, Langewater, Zuiderheide

bijgewerkt 27-05-2020

bron: © bureau's

Inleiding

Deze geolocaties liggen in een breed droog dal. De noordflank van dit dal is tevens een stuwwalflank met gestuwde rivierafzettingen. In de laagte is dekzand afgezet, nu deels zichtbaar als stuifzand. Al sinds het mesolithicum heeft het landgebruik een sterke relatie met geologie. Fossiele bodemhorizonten in het stuifzand illustreren de grote invloed die mesolithische jagers-verzamelaars op het landschap hadden. Grafheuvels op de dalflanken en de grindkuilen op de stuwwal doen dat voor latere prehistorische en historische invloed.

Historische ontwikkeling

Pre- en protohistorisch landschap:

  • Het dekzand is altijd veel gevoeliger geweest voor bodemverarming (podzolisatie) als gevolg van ontbossing. De verarmde podzolen konden vervolgens gemakkelijk gaan verstuiven. Bijzonder aan dit gebied is dat hier is aangetoond dat al in het mesolithicum ontbossing, bodemverarming en verstuiving plaatsvond. Bodemprofielen van het stuifzand bij de Laarder Wasmeren en ’t Bluk laten zien dat het dekzand drie keer is overstoven, waarna zich in het stuifzand opnieuw een podzol vormde. De podzolisatie en verstuiving kon zich al in het mesolithicum voordoen dankzij perioden van ontbossing, waarschijnlijk als gevolg van bosbranden. Mogelijk hadden mensen de hand in deze bosbranden, bijvoorbeeld omdat het teruggroeiende bos veel hazelaar (Corylus avellana) bevatte (geschikt voor de grazers waarop werd gejaagd, en met hazelnoten, een belangrijk bestanddeel van de mesolithische maaltijd). Dergelijke ontbossingen moeten zich hebben voorgedaan iets voor 8000 v. Chr rond 6.000 v. Chr en iets voor 4000 v. Chr.
  • Vanaf ongeveer 3000 v. Chr. (het laat-neolithicum) vond de ontbossing (en daarmee podzolisatie en verstuiving) op veel grotere schaal plaats, als gevolg van de landbouw die op Het Gooi steeds meer gemeengoed werd. In deze periode ontstond, ter hoogte van het huidige Groot Wasmeer, een dichte inspoelingshorizont, waar tot in de twintigste eeuw het water op stagneerde. In het natte gebied ging veen groeien.
  • Ten noorden van het stuifzand liggen rijkere gestuwde rivierafzettingen, die minder gevoelig waren voor podzolisatie en verstuiving. Deze gronden werden vanaf het laat-neolithicum aantrekkelijk voor bewoning. Het bos maakte hier toen plaats voor akkers en weidegebied, plaatselijk met bosrestanten. Op de overgang tussen hoger gelegen rijke zanden en de lagere arme zanden liggen nog steeds de ‘Zeven Bergjes’, grafheuvels uit het laat-neolithicum of de bronstijd (datering Archis). Ze lijken een voor die periode ‘ideale’ positie te hebben. Ze lagen dichtbij, maar niet in het gebied dat (mogelijk) bewoond was. Ze liggen daarnaast op de hoge rand van de arme zandgronden met toen al open heide. Vanuit de open laagte was er dus goed zicht op de hoger gelegen grafmonumenten.

Ontginningen en landgebruik:

  • Terwijl in de prehistorie de voorkeur uitging naar gestuwde rivierafzettingen als locatie om te wonen of landbouw te bedrijven, vonden vanaf ca. de achtste eeuw de ontginningen vooral vanaf de lager gelegen vochtige randen van Het Gooi plaats. De droge gronden werden verlaten. Op enkele plekken zoals bij de Aardjesberg werd nog gewoond tot in de twaalfde of dertiende eeuw. De droge zandgronden (zowel de rijkere als de armere) werden vanaf die tijd meer en meer als heide gebruikt, om schapen te laten grazen en te plaggen.
  • De gestuwde rivierzanden onder de heide, direct buiten de eng van Laren, bevatten leem- en grindhoudende aders. Op de heide en in het bos zijn talloze grind- en leemkuilen te zie die de strekkingsrichting van de stuwwal volgen. Grind werd al vroeg door boeren gewonnen voor erfverharding en op de gemeenschappelijke heide hadden alle erfgooiers het recht dat te winnen. Voor het overgrote deel zijn de grindgroeven waarschijnlijk in de twintigste eeuw gegraven, als bouw- en verhardingsmateriaal voor nieuwe wijken.
  • Op achttiende-eeuwse kaarten staat het gebied van de Zuiderheide en de Laarder Wasmeren als heide, soms met veen op de kaart. De Wasmeren waren, zo nemen we aan, aanvankelijk nog niet zichtbaar als open water. Ze waren in de loop van het holoceen verland, dichtgegroeid met veen. Naarmate in de loop van de middeleeuwen en de nieuwe tijd het bos steeds meer verdween werd het voor de rechthebbende boeren aantrekkelijk dit veen af te graven, waardoor de meertjes ontstonden. In de meertjes werden schapen gewassen voordat ze werden geschoren. De naam Wasmeren komt daar vandaan.
  • Tot in de negentiende eeuw lag rond de Wasmeren een heidelandschap, plaatselijk met verstuivingen. Op de hogere gronden, de gestuwde rivierafzettingen, groeide ook heide, maar zandverstuivingen kwamen hier niet voor.
  • Deze landlandschappelijke gradiënt bleef tot in de negentiende eeuw bestaan. De lage en deels verstoven zandgronden ten zuiden van de Wasmeren werden bebost en deels ontgonnen (Anna’s Hoeve). In het westen breidde de bebouwde kom van Hilversum zich uit. Vanuit het hoger gelegen Hilversum kon het afvalwater hier gemakkelijk geloosd worden. De ‘rioolwaterpoel’ die op de kaart van 1899 ten westen van het huidige Wasmeer is te zien, werd steeds groter en besloeg uiteindelijk de hele laagte van de Wasmeren. Om voldoende infiltratie te bereiken werd op grote schaal slib verwijderd en werd ook de dichte inspoelingslaag doorbroken. In de tweede helft van de twintigste eeuw bleek dat met het rioolwater veel verontreinigingen waren meegekomen. Het verontreinigde slib werd afgegraven. Gepaard gaande met het graafwerk dat hiervoor nodig was kon het stuifzand weer stuivend worden gemaakt en konden de prehistorische podzolisatie- en verstuivingsfasen worden aangetoond.

Militair gebruik:

  • In Hilversum was vanaf 1942 het hoofdkwartier van de in Nederland gelegen Duitse troepen gevestigd. Ter bescherming werd in 1944 rond de bebouwde kom van het dorp een verdedigingslinie aangelegd bestaande uit een zeven meter brede gracht met aan de binnenkant een drie meter hoge wal (Hoogenraad, 2015). De gracht liep door het Laarder Wasmeer, dat blijkbaar ook tankwerend werd geacht.  Na de oorlog is de gracht grotendeels gedempt.  Hier en daar is de laagte van de gracht nog vaag te ontwaren.

 

Groot Wasmeer / Langewater

Ondergrond bepaalt menselijk gebruik

De laagte van het Groot Wasmeer en het Langewater bestond deels uit veengrond, die (mogelijk vanaf de zestiende eeuw toen het bos steeds schaarser werd) werd weggegraven.
De lage ligging van het terrein en het extensieve gebruik maakte het gebied aantrekkelijk om als rioolwaterpoel te dienen, vanaf het einde van de negentiende eeuw.

Menselijk gebruik bepaalt landschap

Door het weggraven van veen ontstonden de Wasmeren.
De heuvel ten noorden van de rioolwaterzuivering bestaat uit sediment dat tevoorschijn kwam bij het schoonmaken.

Mens en water

Het Laarder Wasmeer was een bron van water in een verder droge omgeving en zal dienst gedaan hebben om vee te drenken. Het meer dankt zijn naam aan de schapen die hier werden gewassen.

Zichtbare zaken in het landschap

  • De laagte van de Wasmeren en de omliggende duinen, waarvan het zand deels afkomstig is uit deze laagte (neolithische verstuiving).
  • Een waterzuiveringsinstallatie op de plek waar vroeger riool- en afvalwater werd geloosd.
  • De heuvel ten noorden van de waterzuiveringsinstallatie deels bestaand uit sediment dat vrijkwam bij het schoonmaken van de Wasmeren.

Perspectief

Het gebied heeft de bestemming natuurgebied. Het beheer van het Goois Natuurreservaat is gericht op het in stand houden van heide, bos, vennen en stuifzand.


Het Laarder Wasmeer met lage waterstanden na de zeer droge zomer van 2018. Foto Overland 227.

 

De omgeving van het Laarder Wasmeer ontstond door verstuivingen in het mesolithicum en het neolithicum. In laat-neolithicum ontstond in de uitgestoven vlakte een podzol-B-horizont waarop water stagneerde en later veengroei ontstond. Het meer ontstond toen het veen werd weggegraven. Op de voorgrond inmiddels begroeide duintjes die uit deze laagte zijn opgestoven. Foto Overland 222.

 

Armere zanden (t’ Bluk en Leeuwenkuil)

Ondergrond bepaalt menselijk gebruik

Gingen zich vanaf het laat-neolithicum wat betreft gebruiksmogelijkheden onderscheiden van de rijkere zanden. Aanleg van akkers was minder goed mogelijk. Wel vond er beweiding op heide / schraalgrasland plaats.

Menselijk gebruik bepaalt landschap

Begraven podzolbodems en stuifzanden wijzen er op dat al voor dat sprake was van landbouw de mens het landschap veranderde. Op de mineraalarme gronden had het verwijderen van het bos podzolisatie tot gevolg. Bos groeide niet gemakkelijk terug en uiteindelijk kon verstuiving optreden. Dat gebeurde al in het mesolithicum, maar ook in de late Prehistorie en in historische tijd.

Grafheuvels werden als monumenten op zichtbare plaatsen opgeworpen (hoger gelegen, in open gebied).

Zichtbare zaken in het landschap

  • Heidevelden
  • Open ‘levende’ stuifzanden, reliëf waarvan het proces van uit- en instuiving is te zien (uitstuivingskuilen en forten).
  • Zichtbare B-horizonten in het stuifzand als getuigen van mesolitische ontbossing
  • Stuifzandreliëf in inmiddels begroeide stuifzanden
  • Grafheuvels in overgangszone tussen rijkere en armere zanden
  • Het huidige landschap leent zich er voor om prehistorische landschapsgradiënten te illustreren.

Perspectief

Het gebied heeft de bestemming natuurgebied. Het beheer van het Goois Natuurreservaat is gericht op het in stand houden van heide, bos, vennen en stuifzand. Bij het weer stuivend maken van het zand is deels gebruik gemaakt van gereinigd maar nog altijd fosfaatverzadigd zand uit het gebied van de rioolwaterzuivering (mededeling Jan Sevink). Dat zal het opkomen van vegetatie in het duinzand bevorderen, waardoor het handhaven van het stuifzand moeilijker wordt.

In het huidige landschap is nog iets van de landschapsgradiënt te herkennen die hier al in het neolithicum moet hebben bestaan. Op de voorgrond bos (op rijkere moderpodzolen), dan een zone met grofzandige arme zanden (humuspodzolen) met grafheuvels. Verderop en lager in het dal zijn veel armere zanden dekzanden afgezet die meerdere keren zijn gaan verstuiven. Recent zijn ze opnieuw stuivend gemaakt. Foto Overland 202.

 

Rijkere zanden (Zuiderheide)

Ondergrond bepaalt menselijk gebruik

Waren mogelijk in gebruik als landbouwgrond en bewoond vanaf het laat-neolithicum tot in de middeleeuwen. Ze raakten toen minder aantrekkelijk en onbewoond door bewoningsverschuiving naar vochtigere gronden aan randen van Het Gooi.

Menselijk gebruik bepaalt landschap

Op rijkere zandgronden kwam bos gemakkelijker terug. Hier lag een mozaïeklandschap met afwisselend kruidenrijke graslanden, schrale graslanden, heidevelden, bosrestanten en teruggroeiend bos. Mogelijk lagen er ook akkers en werd er gewoond. Vanaf de middeleeuwen werd het gebied steeds intensiever als schapenweide gebruikt en verdween het bos om plaats te maken voor uitgestrekte heide.

Mens en water

Op de droge en hooggelegen zandgronden was de aanwezigheid van water voor mens en dier een voorwaarde voor bewoning. Mogelijk was dat voorhanden in de vorm van stagnerend water in kleischollen van de gestuwde rivierafzettingen.
De schaarse hoeveelheid water en de overwegend droge gronden waren in de loop van de middeleeuwen redenen om de droge gronden van het Gooi te verlaten ten faveure van de vochtige en natte gronden rond het Gooi.

Zichtbare zaken in het landschap

  • Heidevelden
  • Grind- en leemkuilen die strekkingsrichting van stuwwal aangeven.
  • Het huidige landschap leent zich er voor om prehistorische landschapsgradiënten te illustreren.

Perspectief

Het gebied heeft de bestemming natuurgebied. Het beheer van het Goois Natuurreservaat is gericht op het in stand houden van heide, bos, vennen en stuifzand.

Combinatie bodemkaart en AHN-beeld van de Zuiderheide en het ten zuiden daarvan liggende stuifzandgebied. In de prehistorie bestond er een van de onderliggende bodem afhankelijke landschapsgradiënt die (in grote lijnen) nu ook nog te zien is.

Y30: grofzandige moderpodzolen op gestuwde rivierafzettingen. De grindkuilen zijn waarschijnlijk 20e-eeuws, maar laten goed zien waar gestuwde rivierzanden aan de oppervlakte liggen.

Hd30, grofzandige humuspodzolen (smeltwaterzand) Al in de prehistorie tenderend naar heide, maar in het grofzandige materiaal trad geen verstuiving op. Vanwege hoger ligging en openheid goede locatie om grafheuvels op te richten.

Zd21: fijnzandige duinvaaggronden. Oorspronkelijk als dekzand afgezet. Al in de prehistorie tenderend naar heide, waar gemakkelijk verstuiving in kon optreden. 

Stuifzandreliëf. Bij het weer open maken van het stuifzand en door verstuiving komen resistentere Podzol-B-horizonten tevoorschijn. Er liggen er meerdere boven op elkaar. Uit datering is zeer vroege prehistorische podzolisatie en verstuiving af te leiden. Foto Overland 212.

 

Bronnen:

  • Bourgeois, Q. P. J. (2013); Monuments on the horizon, the formation of the barrow landscape throughout the 3rd and 2nd millennium BC. Proefschrift Universiteit Leiden, Sidestone Press, Leiden.
  • Sevink, J., Koster, E.A., Geel, B. van, & Wallinga, J., 2013. Drift sands, lakes, and soils: the multiphase Holocene history of the Laarder Wasmeren area near Hilversum, the Netherlands. Netherlands Journal of Geosciences, 92-2/3, p. 243-266.
  • Sevink, J. en B. van Geel, 2017. Stratigraphic and palaeoecological evidence for late medieval to early modern peat extraction from bogs in Het Gooi (Western Netherlands). In: Netherlands Journal of Geosciences, Volume 96, Issue 3, pp. 279-290.
  • Sevink, J., B. van Geel, B. Jansen, J. Wallinga, 2018, Early Holocene forest fires, drift sands, and Usselo-type paleosols in the Laarder Wasmeren area near Hilversum, the Netherlands: Implications for the history of sand landscapes and the potential role of Mesolithic land use. In: Catena 165 (2018) 286–298.
  • Wimmers, W.H., W. Groenman-Van Waateringe & Th. Spek (1993) Het culturele erfgoed van een natuurgebied. Honderden eeuwen menselijke activiteit in het natuurlandschap van de Bussumer- en Westerheide. In: Historisch Geografisch Tijdschrift, 11e jrg., nr. 2: 53-74.

 

Interessante publicaties