Darthuizerpoort e.o.

bijgewerkt 10-06-2020
bron:  © RAAP/Overland

De stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug hebben een hoogte van 30 tot 70 meter. Maar iets ten westen van Leersum, bij het oude buurtschapje Darthuizen, zit er een gat in de heuvelrug, met een hoogteligging van slechts 7 tot 8 meter boven NAP. Door de ligging tussen twee hoge delen van de stuwwal, de Darthuizerberg (noordwesten) en de Donderberg (zuidoosten) is deze laagte een opvallend landschappelijk verschijnsel. Hij ontstond ooit door een grote doorbraak van smeltwater door de stuwwal.

 

Waar ...
toegevoegd door Geopark

Het ontstaan van de stuwwal
De stuwwal is gevormd in de voorlaatste ijstijd (het Saalien). In de Scandinavische bergen smolt de sneeuw in de zomer nog nauwelijks, waardoor een landijskap ontstond die zich uitbreidde tot in Midden-Nederland. Het front van de landijskap lag op de plek van wat nu de Gelderse Vallei is (aan de andere zijde van de stuwwal) en duwde eerder afgezette rivierafzettingen (grind, zand, klei) voor zich uit en omhoog.

Figuur 1. Situatiekaart Darthuizerpoort met hoogtebeeld (bewerkt AHN2) met 1: Smeltwaterdoorbraak Darthuizerpoort,
2: Darthuizerberg, 3: Donderberg met graftombe 4: hoger gelegen smeltwaterafzettingen met daarop dekzand met stuifduintjes
5 smeltwaterwaaier met zandruggen en tussenliggende laagten, oud kampenlandschap 6: buitenplaats Broekhuizen, 7 strookvormige percelen op natte zandgronden en rivierkleigronden, 8: markante akker op zandrug met houtwallen op de randen.

Smeltwater van het landijs
In warmere perioden van de ijstijd ontstond er tussen de ijskap en de stuwwal een meer van smeltwater. Dat water kon soms over de stuwwal heen stromen en een deel van de stuwwal weg schuren. Ter hoogte van de Darthuizerpoort moet deze stroom een gigantische omvang hebben bereikt. De stuwwal werd daarbij namelijk vrijwel geheel weggespoeld. De stroom nam enorme hoeveelheden zand en grind en ook grote zwerfstenen mee. Dit materiaal werd aan de zuidzijde van de stuwwal weer neergelegd in de vorm van een grote smeltwaterwaaier. Deze strekte zich tot ver in het achterliggende laagland uit. Zo’n smeltwaterwaaier wordt ook wel als ‘sandr’ aangeduid. Hij ligt ongeveer op de plek waar nu de boerderijen van de buurtschap Darthuizen staan, aan de zuidwestzijde van de heuvelrug.
Figuur 2. Smeltwaterdalen in de Utrechtse Heuvelrug. Naar Berendsen & Bijnen 1973.

Dekzand
De smeltwaterwaaier is niet helemaal vlak. In de laatste ijstijd (het Weichselien) stroomden er opnieuw smeltwaterstroompjes. Deze waren echter veel kleiner, en afkomstig van smeltende sneeuw in de zomer. In de laatste fase van die ijstijd, in een zeer koude en droge periode, werd tijdens poolstormen zand op deze afzettingen afgezet. Dit zand werd als een deken over bijna heel Nederland gelegd en wordt wel als ‘dekzand’ aangeduid. Het reliëf van het gebied is deels door het sneeuwsmeltwater en deels door ruggen met dekzand bepaald.

Rivierklei
In de warme periode na de ijstijden (het holoceen) ging de Rijn in de laagte ten zuidwesten van de heuvelrug stromen. De zandruggen van de smeltwaterwaaier gaan daardoor in het zuidwesten over in rivierklei.

Bewoningsmogelijkheden
De smeltwaterwaaier vormde een geleidelijke overgang van de hoge naar de lage gronden en, naarmate de rivierinvloed toenam, van zand naar kleigronden. Al in de tijd van de jagers-verzamelaars waren dergelijke overgangsgebieden aantrekkelijk vanwege de verschillende soorten voedsel die hier konden worden gevonden. Vanaf de ijzertijd zijn er in de vorm van nederzettingssporen duidelijke aanwijzingen dat men ook op de smeltwaterwaaier ging wonen.
Figuur 3. Uitzicht op de laagte van de Darthuizerpoort met daarachter de Darthuizerberg gezien vanaf het grafmonument op de Donderberg. Foto Overland 064.

Het landschap van de smeltwaterwaaier
In de loop van de vroege middeleeuwen ontstond opnieuw een bewoningsvoorkeur voor deze overgangen van droog naar vochtig en nat. De lage vochtige en natte gebieden gaven mogelijkheden voor grasland en daarmee voor rundvee. Door ontwatering ontstonden ook mogelijkheden voor akkergewassen op vochtige gronden. Haver en gerst zijn daarvan voorbeelden. Op de zandruggen konden akkers worden aangelegd. Zo ontstond de buurtschap Darthuizen met een afwisselend cultuurlandschap met akkers op de zandruggen, graslanden op de lagere gronden en hier en daar ook heidevelden. De zandruggen werden in deze periode landschappelijk geaccentueerd. De randen van de akkers waren namelijk beplant met hakhout (akkermaalshout). Bovendien kwamen de akkers hoger te liggen door plaggenbemesting.

De lagere gronden van Langbroek
De smeltwaterwaaier waaierde uit tot op de gelegen gronden van het Langbroekgebied. Naar het zuidwesten worden de zandgronden steeds lager gelegen en natter. Nog westelijker zijn ze bedekt geraakt met een laag rivierklei. De rivierkleigronden zijn vanaf de twaalfde eeuw ontgonnen (zie geosite Langbroek). De overgang van onregelmatig ingedeelde kampontginningen naar de strookvormige percelering van de lage zand- en rivierkleigronden is goed in het landschap zichtbaar. De ontginning van het Langbroekgebied leverde veel geld op. Kasteel Broekhuizen werd in de dertiende eeuw waarschijnlijk gebouwd in opdracht van zo’n ontginner. Omdat de grachten verzekerd moesten zijn van water, staat het kasteel aan de lage rand van de smeltwaterwaaier.

De hogere gronden
Het bos op de overige hogere gronden veranderde vanaf de middeleeuwen onder invloed van beweiding met vee weer in heide of schraalgrasland. De dekzanden aan de hoge kant van de Darthuizerpoort gingen plaatselijk verstuiven. Het diepe smeltwaterdal door de stuwwal was door de lage heidebegroeiing goed zichtbaar. Het werd in de zeventiende eeuw `’t Gat van den Bergh’ genoemd.

 Figuur 4. Nat bos met veel water op het lage uiteinde van de smeltwaterwaaier. Foto Overland 079.


Bebossing

De vroegere heidevelden, maar ook een deel van de lagere graslanden en zelfs een deel van de akkers, zijn in de loop van de negentiende en twintigste eeuw bebost. Esthetische overwegingen, opbrengsten uit de bosbouw en mogelijkheden voor de jacht voor de bewoner van Broekhuizen speelden hierbij een rol. In de vroegere buurtschap is het landschap is nu uitermate bosrijk. Enkele akkers verraden nog de ligging van de oude zandruggen.
Figuur 5. Kasteel Broekhuizen met omliggend park en vijver. Foto Overland.

Buitenplaatsen
Na de middeleeuwen werd de omgeving aantrekkelijk voor de vestiging van buitenplaatsen en landgoederen. Dit vanwege het sterke reliëf, en afwisselende kampenlandschap met veel opgaand groen, en de plaatselijk verre uitzichten over het gebied van Langbroek. Rond 1800 ontwikkelde het oude kasteel Broekhuizen zich tot een buitenplaats met een statig neoclassicistisch huis. Het park rond het huis kreeg eerst een zogenaamde ‘formele’ stijl, waarvan nog enkele rechte lanen resteren en werd vervolgens naar landschapsstijl getransformeerd, met slingerpaden, boomgroepen en vijvers met bochtige oevers in de laagte. Achtereenvolgens werkten de beroemde landschapsarchitecten J.G. Michael, J.D. Zocher jr. en J.D. Zocher sr. aan het park. De oude buurtschap Darthuizen hoorde vrijwel geheel bij het landgoed.
Figuur 6. Uitzicht vanaf de graftombe met op de voorgrond de stuwwal (Donderberg) met begraafplaats en op de achtergrond het open landschap van Langbroek. Foto Overland.

Het reliëf en water ter verfraaiing
Bij de inrichting van het landgoed werd gebruik gemaakt van het aanwezige reliëf. Door de Darthuizerpoort kwam een rechte zichtlaan (Broekhuizerlaan). Op de Donderberg kwam een familiegraftombe met zichtas naar Broekhuizen. Vanaf 1818 zorgde de nieuwe straatweg van Utrecht naar Rhenen voor een nieuwe impuls voor de bouw van buitenplaatsen, waaronder het afgesplitste Nieuw Broekhuizen (nu landgoed Dartheide). Iets westelijk van Broekhuizen ligt de buitenplaats Darthuizen. De vijvers van Broekhuizen worden gevoed door een historische spreng met een ingegraven sprengkop in iets hoger gelegen gronden. Spreng en sprengkop maken deel uit van de landgoedverfraaiing.

Natuur
Het gebied is nu voor een groot deel in gebruik als bos, dat vaak al meer dan 200 jaar geleden is aangelegd. Een deel van het bos komt voort uit het eikenhakhout op akkerranden en rond oude kampontginningen. De afwisseling van bos, akkers en boerderijen zorgen samen met de grote hoogteverschillen voor een fraai landschap.

Opgesomd: wat herkennen we?

  • De laagte van de Darthuizerpoort tussen de niet weggespoelde delen van de stuwwal: de Donderberg en de Darthuizerberg.
  • Het deels beboste kampenlandschap, onregelmatig ingedeeld, met kleine hoogteverschillen die de zandruggen aangeven.
  • Akkers op de zandruggen, de randen van akker en zandrug geaccentueerd door houtwallen met hakhout.
  • Buitenplaats met huis en park in de laagte op de rand van de smeltwaterwaaier.
  • Zichtbare gradiënt van droge zandgronden en droog bos met eiken en dennen op de hogere gronden, (plaatselijk met stuifzand) naar nattere gronden en veel water en nat bos met elzen en berken
  • Uitzichten op het open, lager gelegen landschap van Langbroek met strokenverkaveling.
  • Parkelementen op de buitenplaats en ook op enige afstand zoals de graftombe en de laan door de laagte van de Darthuizerpoort.

Figuur 7. Grafmonument op de Donderberg Foto Overland