Den Treek e.o.

bijgewerkt 23-06-2020
bron:  © RAAP/Overland

‘Een speeltuin voor de rijken’. Dat was Den Treek wel. Op verschillende momenten in de geschiedenis lieten de eigenaren van deze buitenplaats hun land verfraaien. Daarnaast experimenteerden ze met technieken om hout te verbouwen: bosbouw. Waarom op deze plek?

Waar ...
toegevoegd door Geopark

Vroeg bewoond
In de omgeving van Den Treek wordt al duizenden jaren door de mens gewoond en gewerkt. Grafheuvels nabij Den Treek zelf en de oude kern van Oud-Leusden wat verderop, waar mogelijk de bewoners van dit gebied ook werden begraven, herinneren daar nu nog aan. Vooral de wat hoger gelegen gronden werden tot in de volle middeleeuwen het meest intensief gebruikt.

Figuur 1. Op dit hoogtekaartje zien we heel mooi hoe het landschap van west naar oost in een aantal stappen of ‘terrassen’ lager wordt. Geomorfologisch noemen we het middelste terras, groen/geel gekleurd hierboven, een kameterras.

Uit een boerenerf gegroeid
Den Treek maakt deel uit van een lang lint met boerderijen op de grens van hoog en laag, een heel klassiek beeld. Die boerderijen werden daar in de dertiende eeuw gesticht toen overal in de omgeving de hogere gronden werden verlaten omdat ze steeds minder opleverden. Bij de boerderijen werden nieuwe akkers aangelegd, terwijl de lagere terreinen richting de Heiligenbergerbeek door sloten werden ontwaterd. Hier verbouwde men gras als wintervoer voor het vee.  Mogelijk hadden de rijke eigenaren van de boerderijen, die door pachters werden bewoond, een klein optrekje in de vorm van een aangebouwde kamer als ze er periodiek verbleven.

Figuur 2. Het ingekleurde land hoorde in 1832 bij het landgoed Den Treek. Het huidige bosgebied was toen nog van de marke.

Van kamer naar huis
Vanaf de zeventiende eeuw ontvluchtten de rijke stedelingen de vervuilde steden steeds meer. In de zomerperioden verbleven ze op hun buitenplaatsen. Die moesten worden aangepast voor langduriger verblijf. In de praktijk ging het daarbij om de bouw van een volwaardig land- of jachthuis en de aanleg van een tuin daaromheen. Het omringende landschap werd doorgaans met fraaie lanen ‘aangesloten’ op de ingerichte omgeving van het huis. Zo schiep de buitenplaatsbezitter een lommerrijke omgeving voor zichzelf en zijn familie.

Naar de mode van de tijd
De meeste buitenplaatsen waren tot in de negentiende eeuw klein. De landschappelijke verfraaiing beperkte zich tot de tuin en de van daaruit lopende lanen. In 1807 kocht Willem Hendrik de Beaufort Den Treek met een aantal bijbehorende boerderijen. Hij startte met het verder uitbouwen van zijn nieuwe buiten. Mogelijk stammen de percelen loofbos nabij de huisplaats van hem. Omstreeks 1820 was hij ook verantwoordelijk voor de aanpassing van de buitenplaats in een landschappelijke stijl. Geheel naar de mode van die tijd ontstonden slingerende vijvers, bochtige paden, kleine bosjes en onverwachte door- en uitzichten.
Figuur 3. Het landschap rond Den Treek rond 1910. We herkennen in het midden, donkergroen, de heidebebossingen op het kameterras.

Een schaalsprong
In de jaren 80 van de negentiende eeuw werd de aloude marke van de Leusderberg opgeheven. Die organisatie had namens de boeren die ‘lid’ waren toezicht gehouden op het beheer van de woeste gronden. Nu er kunstmest beschikbaar was, konden de heidegronden verdeeld worden. De Beaufort verwierf een groot areaal aan heide- en stuifzandgronden, met opvallende gordelduinen en kliffen/steilkanten. Hij liet er een grote diversiteit aan boomsoorten planten, ontwaterde de vennetjes en legde een padenpatroon in de vorm van een ster. Dat bos staat nu ook bekend als ‘sterrenbos’. De ‘buurman’ was het Ministerie van Defensie. Op de Leusderheide werd een groot militair oefenterrein aangelegd.
Figuur 4. Kamp Waterloo na de Tweede Wereldoorlog, toen het inmiddels andere functies had gekregen (bron: www.legerplaats.nl).

De zwartste bladzijde
Het gebied kent helaas ook een donkere bladzijde in haar geschiedenis. Tegen het militair oefenterrein werd in de jaren 30 van de twintigste eeuw, op de plek van een oude paardenrenbaan, een kamp van de Nederlandsche Arbeidsdienst aangelegd: Kamp Lisiduna, ook wel Kamp Waterloo genoemd. Toen de Duitse bezetter het werkkamp overnam, werd het verblijf onvrijwillig. Vooral opgepakte onderduikers werden er gehuisvest. Nog tot na D-Day werkten de gevangenen onder meer aan Duitse verdedigingslinies in de buurt. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het kamp nog verschillende andere functies. Inmiddels is alle bebouwing verdwenen.

Zorgvuldig beheer
Het privébezit van de familie De Beaufort werd in de twintigste eeuw grotendeels in een vennootschap ondergebracht. Men beheert het gebied, dat geleidelijk steeds verder werd uitgebreid, met een grote zorg voor natuur- en cultuurwaarden. Recent is ook het voormalige kampterrein bij het landgoed gevoegd.

Opgesomd: wat herkennen we?

  • Vroegmiddeleeuws Oud-Leusden met archeologische vindplaatsen en een vroege kerktoren;
  • Het boerderijenlint langs de Treekerweg/Heetvelderweg, parallel aan de Heiligenbergerbeek, waartoe Den Treek behoort, met de haaks daaropstaande driften richting de heide (m.n. de Viesteeg);
  • De buitenplaatskern van Den Treek, met paden-, lanen- en vijverstructuur, bebouwing en loofbospercelen;
  • Een karakteristieke, intacte strokenverkaveling ten oosten van Den Treek, tot aan de Heiligenbergerbeek;
  • Het uitgestrekte bosgebied met naaldbosopstanden, afgewisseld door relicten van de niet-beboste heide, de ontgonnen vennen in de vorm van graslandpercelen en het nog intacte sterrenbos op het kameterras;
  • Het onderliggende stuifzandreliëf van de Treekerduinen op het kameterras;
  • Het militair oefengebied van de Leusderheide op de stuwwal met een bijdrage aan de gradiëntwerking van laag grasland, boerderijlint met bouwlandkampen, beboste heide met stuifzand, open heide;
  • Grafheuvels in de Treekerduinen als relict van prehistorisch landgebruik.