De Grebbeberg

bijgewerkt 09-06-2019

Bekijk eerst eens dit introductiefilmpje, gemaakt door onze Geo-cineast Marcel Creemers.

Waar
Het Grebbeberggebied ligt aan het zuid-oostelijke einde van de Utrechtse Heuvelrug.

Het gebied

De Grebbeberg is onderdeel van de langste stuwwal die een zich uitbreidende landijstong zo’n 150.000 jaar geleden in het gebied van de provincie Utrecht vormde, de Utrechtse Heuvelug.

Tijdens één van de koude perioden, toen de bodem permanent was bevroren en de julitemperatuur gemiddeld 0º Celsius was, schoof landijs vanuit Scandinavië langzaam over Nederland. Met welk geweld dat gepaard moet zijn gegaan, kunnen we ons een beetje voorstellen als we weten dat het ijs plaatselijk wel 200 meter dik kon zijn. Dat is dus bijna tweemaal de domtoren! Onder de immense druk van deze ijsdeken werd de aarde uitgeslepen tot bekkens. Een uitloper van het landijs zorgde voor de vorming van het bekken dat nu de Gelderse Vallei heet. Langzaam oprukkend, stuwde het ijs vóór zich aarden wallen omhoog. Die kennen we nu als stuwwallen: de Utrechtse Heuvelrug in het westen en de Veluwe in het oosten.

De stuwwallen waren vroeger in het zuiden met elkaar verbonden. Ooit liep de stuwwal nog verder naar het zuiden om vervolgens weer naar het noorden om te buigen en aan te sluiten op de stuwwal van Ede - Wageningen. 

Door het woeste water van de Rijn werd de zuidelijke punt van de stuwwalboog langzamerhand weggeslagen en naar zee getransporteerd. Wat overbleef was een zeer steile helling voor Nederlandse begrippen.

De plateaus en terrassen ontstonden waarschijnlijk doordat de ijstongen die de stuwwallen vormden deze later ook (grotendeels) overdekten en egaliseerden. Daarbij zullen de koppen van evenwijdige stuwwalribbels zijn weggeschaafd.

Toch mogen we de zuidflank van de Grebbeberg gerust één van de meest bijzondere landschappen van de provincie Utrecht noemen. De steil oprijzende hellingen van de Utrechtse Heuvelrug vormen een groot contrast met het dal van de Rijn.

De voorloper van deze Rijn was in het Weichselien, de laatste ijstijd, een zogenaamde verwilderde rivier. Het water stroomde snel en de rivier kende allerlei armen die dan weer aftakten, dan weer samenvloeiden. Deze stroom sleep een deel van de stuwwal tussen Rhenen en Wageningen weg. Hierdoor ontstond de steile zuidhelling van de Grebbeberg.

De Grebbeberg is een bebost gebied. Op de Grebbeberg is een vroegmiddeleeuwse walburcht te vinden. Aan de voet van de Grebbeberg liggen een militaire verdedigingslinie en De Blauwe Kamer, een natuurontwikkelingsgebied met veel rivierdynamiek.

 

Aardkundig Monument


De Grebbeberg is een schoolvoorbeeld van een stuwwal met een steile helling. Het laat duidelijk de verschillende fases van de vorming van het landschap zien.
Ja. De Grebbeberg is uniek. De steil oprijzende helling van de Utrechtse Heuvelrug vormt een groot contrast met het dal van de Rijn. De Utrechtse Heuvelrug is gevormd tijdens de ijstijd en is later door de rivier van vorm veranderd. Als gevolg van de erosieve werking van het riviersysteem van de Rijn is de oorspronkelijke verbinding tussen de Utrechtse Heuvelrug en de stuwwal van Ede-Wageningen verbroken. De steile helling van de Grebbeberg is het zichtbare resultaat van dit proces. De Grebbeberg kent met name aan de rivierzijde steile tot zeer steile hellingen, wat voor Nederland bijzondere milieuomstandigheden met zich meebrengt. Daartoe behoort erosie en een extra warm microklimaat vanwege de ligging op het zuiden. Hierdoor komt plaatselijk een bijzondere flora voor.

Het gearceerde gebied geniet provinciale bescherming.

Onderaan de Grebbeberg heeft de provincie Utrecht een informatiepaneel geplaatst, waarop uit de doeken gedaan wordt hoe de Grebbeberg is ontstaan. 

Bovenop de Grebbeberg ligt o.a. het Militair Ereveld.


 

Verbonden gebieden
Blauwe Kamer
In natuurgebied de Blauwe Kamer heeft het water van de Nederrijn vrij spel. De zomerdijk is in 1992 afgegraven, zodat het gebied regelmatig overstroomt. De natuur in de Blauwe Kamer is dankzij de overstromingen voortdurend in beweging en ontwikkeling.

De dynamiek van de rivier zorgt voor hoogteverschillen en trekt bijzondere planten en dieren aan. Bloemrijke vegetaties geven de Blauwe Kamer kleur. Op diverse plaatsen groeit wilgenbos en zijn moerassen ontstaan. Een van de wilgenbossen herbergt een grote kolonie lepelaars, een van de ruim 70 soorten broedvogels die het gebied rijk is. De flora is rijk en bestaat soms uit soorten die voorheen niet uit het riviergebied bekend waren, zoals het fraai duizendguldenkruid. Ook de bever voelt zich in de Blauwe Kamer thuis.

Voor vogelliefhebbers is de Blauwe Kamer een waar paradijs. De vogelkijkhut biedt uitzicht over het vogelrustgebied. Regelmatig laten lepelaars, zilverreigers en aalscholvers zich zien. Wie geluk heeft, kan zelfs een visarend voor de lens krijgen. Zie verder ...

 

 

Aanvullende (semi)wetenschappelijke publicaties