De Waaien van Eemland

bijgewerkt 26-05-2020

Bekijk eerst eens dit introductiefilmpje, gemaakt door onze Geo-cineast Marcel Creemers.

Waar
In het noordoosten van de provincie Utrecht ligt Eemland. Het is een agrarisch gebied dat een grote leegte uitstraalt door het nagenoeg ontbreken van huizen en bomen. In het noordwestelijk gedeelte zijn de gevolgen van overstromingen in het verleden nog bijzonder goed zichtbaar. Je kunt dat gedeelte van Eemland bereiken door vanaf de A1 of de A27 naar Eemnes te rijden. Via de Wakkerendijk rijd je verder naar het noorden over de Meentweg. Vervolgens ga je rechtsaf de Cors Rijkseweg in en uiteindelijk linksaf de Noord Ervenweg in. Deze smalle weg eindigt bij de Meentdijk. Hier kun je in de berm parkeren en een wandeling maken langs de waaien.

bron: © RAAP/Overland

De Waaien van Eemland

Eemland, gelegen aan de voormalige Zuiderzee en aan de monding van het riviertje de Eem, is een uitzonderlijk gebied. Het landschap is er extreem leeg. Er zijn geen huizen of boerderijen, en ook geen bomen of struiken, zodat je er vele kilometers ver weg kunt kijken. Dit lege landschap heeft alles te maken met in de middeleeuwen ontgonnen moerassen, de uitbreiding van de Zuiderzee en de vele overstromingen die hier tot in 1932 zijn opgetreden. De vele meertjes, ‘waaien’ genoemd, aan de kronkelige Zomerdijk zijn de tastbare herinneringen aan deze overstromingen.

Figuur 1. Situatiekaart en hoogtebeeld, met 1: de Eem, ontginningsbasis van de veenontginningen, 2: de Zomerdijk, eerste achterkade later verhoogd tot zomerwaterkering (met veel waaien), 3: Wakkerendijk (Meentweg), tweede achterkade, later primaire waterkering met binnendijkse lintbebouwing, 4: laatste achterkade, Gooyersgracht. Opmerkelijk is dat de Maatpolder nu hoger ligt, doordat er dankzij vroegere overstromingen meer klei is afgezet. In de Noordpolder te Veld is het effect van inklinking te zien door de lagere ligging en de zandrug die tevoorschijn is gekomen. Op deze zandrug zijn enkele prehistorische vondsten gedaan. In het westen de hoogte van Het Gooi met Blaricum.

Het ontstaan van de Zuiderzee
Eemland ligt tegenwoordig aan het Eemmeer, een strook water die is overgebleven nadat de Flevopolders zijn drooggelegd. Voor 1932 lag hier de Zuiderzee die in dat jaar van de Waddenzee werd afgesloten door de aanleg van de Afsluitdijk. Die Zuiderzee ontstond in de loop van de Middeleeuwen. Rond het jaar 800 was er sprake van een kleinere binnenzee, het Almere. Het meer was omgeven door veenmoerassen. Al omstreeks het jaar 800 lukte het de mens een deel van die moerassen met sloten te ontwateren en te bewonen. Daarmee ontstond ook een probleem. Als veen wordt ontwaterd, dan zakt het in. Het maaiveld kwam lager te liggen, bijna tot op het waterniveau. Het veen werd daardoor gevoeliger voor overstroming en kustafslag. Vooral omstreeks 1200 veroorzaakten stormvloeden grote overstromingen. Zo ontstond uit het kleinere Almere de grotere Zuiderzee.

Ontginning van Eemland
De veengebieden van het Eemland werden in de twaalfde en dertiende eeuw ontgonnen. Vanaf de Eem werden sloten naar het westen gegraven, om het veen te ontwateren. De sloten verdeelden het gebied in lange stroken, die tot op heden kenmerkend zijn voor het landschap. Eerst groef men de sloten tot aan de huidige Zomerdijk. Dat was een achterkade die het ontgonnen land beschermde tegen overstromingen vanuit het nog niet ontgonnen veenmoeras verder westelijk. De eerste boerderijen stonden waarschijnlijk dicht bij de Eem.

Ontwaterd veen zakt inFiguur 2. Waaien in de noordelijke Zomerdijk, rechts is de verhoging van de dijk zichtbaar. Foto Geopark

Het ontgonnen gebied, grofweg de huidige Maatpolder, kreeg met dezelfde problemen te maken als eerder in het Zuiderzeegebied: het maaiveld daalde en het gebied werd te nat voor akkerbouw en bewoning. Men besloot het nog onontgonnen veen ten westen van de achterkade in gebruik te maken. Sloten werden verder westwaarts gegraven en er ontstond een nieuw ontginningsblok met een achterkade op de latere Wakkerendijk (de huidige Meentweg). Toen het ook hier te nat werd ontstond een derde ontginningsblok met de Gooyersgracht bij Blaricum als achterkade. Dit werd ook de grens met het graafschap Holland.

Gedaalde veengronden overstromen
De ingezakte veengronden kregen te maken met steeds vaker optredende overstromingen vanuit de Zuiderzee en de Eem. Langs de Eem werd een dijk opgeworpen. Waarschijnlijk brak die te vaak door, zodat de dijk een stuk van de Eem af werd gelegd, op de eerste achterkade. Dat werd de huidige Zomerdijk. De Meentdijk in het noorden beschermde tegen overstromingen direct vanuit de Zuiderzee.

Doorbraken van de Zomerdijk
De naam Zomerdijk veronderstelt al dat deze niet in staat was om hogere hoogwaters te keren. Bij hoge waterstanden die vooral in de winter veel voorkwamen, liep het water gewoon over de Zomerdijk en de Meentdijk heen. Soms braken deze dijkjes door. Het instromende water schuurde dan een kolkgat uit, die hier ‘waaien’ worden genoemd. De vele waaien herinneren aan de vele doorbraken die er ooit zijn geweest. Door de vroegere overstromingen was het gebied niet meer bewoonbaar. De Wakkerendijk (nu de Meentweg) lag hoog genoeg om bescherming te bieden. Aan de droge westkant stonden daarom de boerderijen. Doordat de boeren het overstromende gebied hadden verlaten, hadden ze ook niet veel last van de overstromingen. Ze hadden er zelfs voordeel bij. De grond werd langzamerhand bedekt door een laag vruchtbare klei.

Fraai landschap, bijzondere natuur
In 1932, toen de Zuiderzee door de aanleg van de Afsluitdijk veranderde in het IJsselmeer, kwamen aan de hoogwaters een einde. Maar door de vroegere overstromingen bestaat in Eemland een extreem open landschap, zonder bebouwing en zonder opgaande begroeiing. Dit bijzondere landschap is daarom, samen met het vergelijkbare gebied Arkemheen in Gelderland, uitgeroepen tot Nationaal Landschap Arkenheem-Eemland.

De vochtige en natte zeer open weidegronden zijn uitermate geschikt voor weidevogels. Het gebied is deels in agrarisch gebruik en deels in handen van natuurorganisaties. Een strook langs het Eemmeer is in handen van Natuurmonumenten. De Waaien van Eemland zijn (provinciaal) aardkundig monument.

Opgesomd: wat herkennen we?

  • De middeleeuwse strokenverkaveling en de voormalige achterkaden
  • Extreem open, onbebouwd en boomloos landschap als gevolg van vroegere overstromingen
  • De rivier de Eem en de kaden daarlangs
  • De Zomerdijk, vroeger een achterkade die verhoogd is, en de vele wielen daarin
  • De Wakkerendijk (Meentweg), nog steeds primaire waterkering, met aan de binnendijkse westkant het bewoningslint en de oostkant het zeer open polderlandschap.

 

Naamgever aan een geologisch tijdperk
bron: Wikipedia
Het Eemien was het laatste interglaciaal (warme tijdperk) in het Pleistoceen. Het klimaat van het Eemien was te vergelijken met het huidige warme tijdperk, het Holoceen, of zelfs iets warmer. De naam Eemien wordt vooral gebruikt in de geologische tijdschaal voor het vasteland van Europa. Het Eemien duurde van 126-116 duizend jaar geleden. Samen met het Weichselien vormt het Eemien het Laat Pleistoceen.

Het Eemien valt tussen twee glacialen (koude tijdperken): het Saalien (de "voorlaatste ijstijd") en het Weichselien (de "laatste ijstijd"). De gemiddelde globale temperatuur lag tijdens het klimaatoptimum van het Eemien een paar graden boven de huidige temperatuur. Het Eemien is in de geologische tijdschaal van Europa een tijdsnede in het tijdvak Pleistoceen, of in stratigrafische zin een etage van de serie Pleistoceen.

Het Eemien werd voor het eerst herkend door Pieter Harting (1875) in boringen in de omgeving van Amersfoort. Hij noemde deze lagen het 'Système Eémien' naar de rivier de Eem, waar Amersfoort aan ligt. Van het 'Système Eémien' is de naam van de huidige etage 'Eemien' direct afgeleid. Harting merkte op dat de aanwezige mariene weekdierenfauna sterk verschilde van de huidige Noordzeefauna. Veel soorten hebben tegenwoordig een zuidelijker verspreiding en komen voor ten zuiden van het Nauw van Calais tot aan Portugal (Lusitanische Faunaprovincie) en zelfs in de Middellandse Zee (Mediterrane Faunaprovincie).

Harting gaf aan dat er twee mariene schelpensoorten als 'gidsfossiel' konden dienen:
Bittium reticulatum (muizenkeutel) en de grijze tapijtschelp.

 

Aardkundig Monument
De provincie Utrecht heeft een groot aantal wielen van het Eemland gekwalificeerd als aardkundig monument. Mede met de bedoeling ook de er omheen gevormde afzettingen te beschermen. Die informeren ons namelijk over de wijze waarop water er door omhoog gekolkte grond over de omgeving wordt verspreidt.

Het beheer is nu in handen van Natuurmonumenten. Er is een informatie paneel in het gebied en het gebied is geschikt om te wandelen en te fietsen en er worden excursies gehouden.