Zwerfsteneneiland Maarn

bijgewerkt 27-05-2020

Bekijk eerst eens dit introductiefilmpje, gemaakt door onze Geo-cineast Marcel Creemers.

Waar
De zanderij Maarn is per 22 november 2013 opengesteld voor wandelaars/natuurliefhebbers. Het zwerfsteneneiland is echter alleen onder begeleiding te bezoeken. Zie verder ...

 

bron: © RAAP/Overland

Zwerfsteneneiland in Zanderij Maarn

De Zanderij van Maarn is een enorme hap uit de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug. Tientallen jaren is hier zand afgegraven door spoorwegmaatschappijen. Daarbij werden honderden grote zwerfstenen aangetroffen. Ze zijn tegenwoordig te zien op het Zwerfsteneneiland, midden in de waterplas die op de bodem van de groeve ligt. De stenen, maar ook de groeve zelf, zijn een imponerende getuigenis van de vorming van de Nederlandse ondergrond gedurende de ijstijden.

Figuur 1. Situatieschets en hoogtebeeld (bewerkt AHN2) van de Zanderij met in het midden het zwerfsteneneiland. In het noorden is de insnijding van de spoorlijn door het hoogste deel van de stuwwal te zien. In het zuiden is men uiteindelijk nog dieper gaan graven.

Scandinavische stenen
Wie de groeve betreedt, ziet direct dat we in een voor Nederlandse begrippen reliëfrijk gebied zitten. De tot 40 meter diepe groeve is gegraven in de stuwwal die in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, door een landijskap is opgestuwd. Die landijskap was ontstaan in de Scandinavische bergen, en breidde zich uit tot in Midden-Nederland. Het ijs stroomde met geweldige krachten over de ondergrond en bracht allerlei stenen met zich mee. Vandaar dat er veel Scandinavische stenen zijn, zoals uit Zweden, de zuidkant van Finland en het zuiden van Noorwegen. Op het eiland zijn nu 82 gidsgesteenten te bewonderen afkomstig uit ongeveer tien herkomstgebieden. Zo kan de gesteenteverzameling wetenschappelijke informatie bieden over de stroomrichting van het vroegere landijs.

Zuidelijke stenen
Opmerkelijk is dat er ook grote zwerfstenen zijn gevonden uit de Ardennen en Duitse middelgebergten. Dat is de verklaren uit het gegeven dat de stuwwal voor het overgrote deel bestaat uit gestuwde rivierzanden van de voorlopers van Rijn en Maas. Vooral in de zomers van de ijstijden konden die rivieren enorm aanzwellen doordat stroomopwaarts de sneeuw smolt. Omdat de bosbegroeiing was verdwenen, spoelde het smeltwater de kale grond van de hellingen af. Gevolg was dat hier in Nederland kilometers brede stromen ontstonden die grote hoeveelheden grind, zand en klei met zich meesleurden. In Nederland zetten de Rijn en de Maas zo tientallen meters dikke rivierafzettingen af. Deze rivieren hadden echter niet de kracht om de grote zwerfstenen die we hier in de groeve zien met zich mee te nemen. Hoe zijn die hier dan gekomen? Dat is te verklaren uit de ijsschotsen die in de rivieren meedreven. Vanaf steile dalwanden zijn deze stenen in half bevroren rivieren gestort. Ingekapseld in ijsblokken konden de zwerfstenen vele honderden kilometers door het water worden meegesleurd.

Figuur 2. Relatief vers uitgegraven groevewand. Centraal in beeld zijn de zeer licht getinte en vrijwel grindloze zanden van de ijssmeltwaterafzettingen van de Formatie van Drenthe te zien. Aan de rechter zijde daarvan is van rechts een schub over de sandr heen geschoven en heeft daarbij de wat plastische lemige lagen. omgebogen. De rechter schub bestaat aan de onderzijde uit sterk verwrongen roestbruine zandige afzettingen behorend bij het onderste deel van de Formatie van Kedichem. Afbeelding en toelichting uit Hoogendoorn (2010).

Informatie in de groevewand
Toen de groeve nog in bedrijf was, waren in de verse groevewanden de verschillende geologische afzettingen zichtbaar. Zo bleek het mogelijk om in de verschillende zandlagen de ontstaanswijze van de stuwwal te reconstrueren. De bodemlagen die door het landijs omhoog waren geperst, waren zichtbaar. Net als het zand dat door smeltwater werd afgezet toen het warmer werd en de landijskap ging smelten.

Figuur 3. Het beladen van een zandtrein in 1935 in het kader van de werkverschaffing op de zanderij van de Staatsspoorwegen te Maarn. Foto J.G. Pierik. Beeldbank Utrechts Archief 43233.

Het ontstaan van de Zanderij
De groeve ofwel de Zanderij is ontstaan toen de Rhijnspoorweg naar Duitsland met de hand werd aangelegd tussen 1838-1843. Dat leidde tot een kloof van 12-20 meter diep door de stuwwal. Het zand dat hierbij vrij kwam konden de spoorwegen goed gebruiken. Nederland bestaat voor het overgrote deel uit natte gronden en daarom moeten spoorwegen vaak op spoordijken worden aangelegd. De afgraving werd daarom naar het zuiden toe uitgebreid. Het zand werd gebruikt voor dijklichamen van spoorlijnen bij onder meer Gouda en Woerden. De zandtreinen werden naast de afgravingszone met de hand vol geschept. Pas na 1940 gebeurde dit machinaal. Na de Watersnoodramp van 1953 in Zuidwest-Nederland werd de productie opgevoerd. Er reden in ruim een maand 157 zandtreinen voor dijkherstel naar het rampgebied bij Dordrecht en Lage Zwaluwe.

Gedurende de laatste decennia van de zandwinning tot 2001 werd vooral in de diepte gegraven met een zandplas tot gevolg.
Figuur 4. Er was al spoedig wetenschappelijke belangstelling voor de groevewanden en de vele stenen die in 1904 als restproduct op de groevebodem lagen. Op de foto een bezoek van professor Wichmann van de Rijksuniversiteit Utrecht.

Gebruik van de groeve
De groeve heeft naast het leveren van zand meerder doelen gediend. Tussen 1901 en 1932 kreeg het afgegraven terrein een bestemming als rangeerterrein het samenstellen van goederentreinen. Ondertussen werd de groeve ook door geologische wetenschappers ontdekt, die hier theorieën over ijskappen en stuwwalvorming konden staven. Van 1953 tot 1970 was de groeve deels in gebruik voor het militaire Genie Garnizoen Amersfoort. De groeve diende verder als oefenlocatie voor het Korps Rijkspolitie, Mobiele Eenheid Peletons. Sinds 1948 loopt Rijksweg 12, nu A12, door de groeve.
Figuur 5.  Bezoekers aan het zwerfsteneneiland. Foto Geopark.

Natuur
Tegenwoordig wordt de groeve met de waterplas beheerd als natuurgebied door Utrechts Landschap. Er ligt nu schraalgrasland met diverse zeldzame korstmossen en planten. Bijzonder zijn de vogels die hier broeden op de grond zoals de kleine plevier en de veldleeuwerik. Daarnaast leven er in het gebied veel ringslangen. Ook de kanaaljuffer en plasrombout, twee zeer zeldzame libellen, planten zich hier voort. De Zanderij is een belangrijke natuurschakel voor de trek van dieren naar het ecoduct Mollenbos.

Opgesomd: wat herkennen we?

  • De diepe groeve, uitzichten vanaf de bovenkant van de hoge wanden
  • De spoorlijn en de snelweg op een ouder en hoger niveau van de groeve
  • Het aangelegde eiland
  • De zwerfstenen.

 

Aardkundig Monument
De provincie heeft het zwerfsteneneiland Maarn tot 3e aardkundig monument in de provincie Utrecht benoemd. Hiermee werd uitvoering gegeven aan een onderdeel van het Beleidsprogramma 1999 - 2003. Hierin is aangegeven dat de provincie Utrecht haar landelijke voortrekkersrol op het gebied van aardkundige monumenten zal voortzetten door een serie aardkundige monumenten te benoemen en in stand te houden. Het monument is op 17 november 1999 door gedeputeerde Robbertsen en burgemeester Burgman geopend.