Kromme Rijnlopen

bijgewerkt 16-05-2020
bron:  © RAAP/Overland

De wet van de remmende voorsprong: dat is wat tussen de Kromme Rijnlopen en het aangrenzende Langbroek speelde. Dat zorgde ervoor dat er in het gebied van Langbroek tientallen buitenplaatsen konden ontstaan. Langs de Kromme Rijn gebeurde dat ook wel, maar misschien minder dan je zó dicht bij de stad Utrecht zou verwachten. Wat zit daarachter?

Waar ...
toegevoegd door Geopark

Oud kernland
De Kromme Rijn heeft zich over de duizenden jaren van zijn bestaan een paar keer verlegd. Steeds wierp de rivier zand en lichte klei op zijn oevers, waardoor relatief hoog gelegen en droge oeverwallen ontstonden. De mens heeft hier vanaf de late steentijd steeds gewoond en gewerkt. De omstandigheden veranderden, maar de bewoners bleven de Kromme Rijnloop trouw. Dat gold ook voor de Romeinse tijd, toen de Rijn de Romeinse rijksgrens was, en voor de vroege middeleeuwen, toen Dorestad als belangrijke handelsmetropool gold.
Figuur 1. Op het afgebeelde detail van het zuidoostelijke deel van het Kromme Rijngebied herkennen we als donkerblauwe strepen in een lichtblauw gebied de iets lager liggende restgeulen van de oude Rijnsystemen.

Abten, proosten en bisschoppen
Helemaal in lijn met de lange bewoningsgeschiedenis van de rivieroeverwallen was ook in de Karolingische tijd het gebied dicht bewoond. De boeren bewerkten toen het land dat aan abdijen en de bisschop van Utrecht toebehoorde. De opbrengsten van het land deelden ze met hun heren. De macht van de bisschop van Utrecht nam over de eeuwen steeds verder toe. Hij werd op den duur de landsheer, de machthebber over álle boeren. Hij was het ook die de verzandende Kromme Rijn in 1122 liet afdammen en de nattere, deels lager gelegen gronden (w.o. Langbroek) ter ontginning uitgaf. Na een juridische strijd nam het Utrechtse Domkapittel het gezag over het Langbroek over. Beide ingrepen zorgden voor een verstoring van natuurlijke aardkundige processen.
Figuur 2. Het zuidelijk deel van het Kromme Rijngebied rond 1850. De kleine dorpjes met de enorme uitgestrekte open akkers (wit) vormen een scherp contrast met het besloten landschap van Langbroek met de vele bossen op de langgerekte kavels (bruin).

De regionale elite laat zich gelden
Niet alleen de bisschop van Utrecht liet zijn invloed op het landschap gelden. De lagere elite liet in de late middeleeuwen op een aantal plekken ridderhofsteden bouwen. Dat gebeurde niet zo massaal als in het gebied van Langbroek, waar de elite op grote schaal grond had kunnen opkopen. Op het oude land waren er immers nog veel ‘domeinen’ van de oude instellingen, waar de lagere heren niet zomaar hun eigen ridderhofstad konden stichten.

Uit ridderhofsteden groeien buitenplaatsen
In de zeventiende en achttiende eeuw nam het vermogen van de rijke stadsbewoners toe. Zij verlieten de vervuilde steden in de zomerperiode en betrokken een nieuwgebouwd landhuis langs de Kromme Rijn. Rond deze huizen lieten zij fraaie tuinen en parken aanleggen, die steeds aan de laatste mode werden aangepast. Dat gebeurde zowel langs de Kromme Rijn als in Langbroek.

Figuur 3. De Kromme Rijn bij Cothen (foto: RAAP).

Steeds diverser
Omdat in Langbroek veel meer landgoederen waren en bovendien geen uitgestrekte akkers op de hogere oeverwallen, maar bossen en graslanden op nattere gronden, groeide het landschapsbeeld steeds verder uit elkaar. Het landschap langs de Kromme Rijn bleef open met weinig buitenplaatsen, dat van Langbroek gesloten met ook nog eens veel buitenplaatsen met een halfopen tot gesloten landschapsbeeld.

Hoge waarden
De ontwikkelingen die we hierboven hebben geschetst, hebben tot bijzondere aardkundige, ecologische en cultuurhistorische waarden geleid. Die bevinden zich hier niet alleen in de buitenplaatsen, maar ook in de dorpen en zelfs in de Kromme Rijn! Als een parelsnoer rijgt deze rivier alle individuele parels aan elkaar.

Opgesomd: wat herkennen we?

  • De Kromme Rijn als goed herkenbare meanderende rivierloop, evenals de bijbehorende restgeulen van fossiele beddingen met sloten en andere waterpartijen;
  • Het open, relatief reliëfrijke landschap op de oeverwallen langs de Kromme Rijn, met een karakteristieke onregelmatige verkavelingsstructuur;
  • De landschappelijke contrasten, zowel in verkaveling als in inrichting van het landschap, met het aangrenzende gebied van Langbroek;
  • De kenmerkende dorpen met oude bebouwing, alsmede het stadje Wijk bij Duurstede;
  • De kastelen en buitenplaatsen langs de Kromme Rijn, variërend van kleinere buitens tot het omvangrijke kasteel Duurstede.

 

Interessante publicaties