Kwintelooijen e.o.

bijgewerkt 27-05-2020
bron:  © RAAP/Overland

Iets ten zuiden van Veenendaal is in de hoge rand van de Utrechtse Heuvelrug een enorme groeve uitgegraven. De honderdduizenden jaren oude afzettingen die hier ooit door rivieren zijn afgezet zijn plaatselijk nog zichtbaar in de groevewanden. Je kunt er klauteren of fietsen op het lemige zand dat in die tijd door rivieren is afgezet en later door ijs is opgestuwd. Heel bijzonder is dat hier vondsten zijn gedaan van werktuigen van een vroege mensensoort, die leefde in de tijd dat het zand hier is afgezet.  

bron: Geopark

Waar ...
toegevoegd door Geopark

Leven in een riviervlakte
Zo’n 180.000 jaar geleden was het landschap hier veel vlakker. Er was een ijstijd gaande (de voorlaatste ijstijd, het Saalien) en het was koud, maar niet zo koud dat leven onmogelijk was. Er leefden mensen die hoorden tot de inmiddels uitgestorven mensensoort, de Heidelbergmens of ‘Homo Heidelbergensis’. Ze woonden in een landschap dat voor een groot deel bestond uit de zandige afzettingen van rivieren. Die hadden kilometers brede beddingen die enorm konden opzwellen als stroomopwaarts de sneeuw smolt. Het water zette dan grote massa’s zand, grind en leem af. In deze vlakten leefden dieren als de mammoet en de wolharige neushoorn waar de Heidelbergmensen op jaagden. Ze maakten daarbij gebruik van stenen werktuigen. Uit de droge rivierbeddingen haalden ze stenen die ze bewerkten tot vuistbijlen of speerpunten om te jagen en schaven of krabbers om te snijden of huiden mee te bewerken.

Figuur 1. Situatiekaart Groeve Kwintelooijen met hoogtebeeld (bewerkt AHN2). 1: plek van start van de groeve aan de Oude Veensegrindweg, 2: laagste punt groeve met plas, 3: Getuigeberg, 4: uitzichtpunten, 5: laan uit landgoedperiode die uitzichtspunt verbindt met grafheuvel.

Leven in een riviervlakte

Zo’n 180.000 jaar geleden was het landschap hier veel vlakker. Er was een ijstijd gaande (de voorlaatste ijstijd, het Saalien) en het was koud, maar niet zo koud dat leven onmogelijk was. Er leefden mensen die hoorden tot de inmiddels uitgestorven mensensoort, de Heidelbergmens of ‘Homo Heidelbergensis’. Ze woonden in een landschap dat voor een groot deel bestond uit de zandige afzettingen van rivieren. Die hadden kilometers brede beddingen die enorm konden opzwellen als stroomopwaarts de sneeuw smolt. Het water zette dan grote massa’s zand, grind en leem af. In deze vlakten leefden dieren als de mammoet en de wolharige neushoorn waar de Heidelbergmensen op jaagden. Ze maakten daarbij gebruik van stenen werktuigen. Uit de droge rivierbeddingen haalden ze stenen die ze bewerkten tot vuistbijlen of speerpunten om te jagen en schaven of krabbers om te snijden of huiden mee te bewerken.
Figuur 2. Op grond van skeletresten in Spanje maakte Élisabeth Daynès (2010) deze reconstructie van een Homo Heidelbergensis. Vuurstenen werktuigen, gevonden in groeve Kwintelooijen worden aan deze mensensoort toegeschreven. Foto Dbachman Wikimedia Commons.

Vorming van de stuwwal
Later in die ijstijd werd het kouder. Vegetatie, dieren en mensen trokken naar het zuiden. In de Scandinavische bergen smolt de sneeuw in de zomer nog nauwelijks, waardoor een landijskap ontstond die zich uitbreidde tot in Midden-Nederland. In het lage gebied dat we nu de Gelderse Vallei noemen, lag een grote ijslob aan het uiteinde van de landijskap. De ijslaag was zo’n tweehonderd meter dik en duwde aan de zijkanten de onderliggende oude rivierafzettingen op tot heuvels, die we nu stuwwallen noemen. De stuwwal bij Kwintelooijen is nu zo’n 60 meter hoog. De grote hoogteverschillen zijn goed te zien vanaf de uitzichtspunten boven op de wanden van de groeve.
Figuur 3. De in de groeve uitgespaarde ‘Getuigeberg’ met lemige afzettingen en recente erosiesporen in groeve Kwintelooijen.
Foto Geopark

De groeve
Omstreeks 1950 begon de firma van Schoonhoven te Veenendaal met de zandwinning. Uit de relatief steile wand kon gemakkelijk het droge zand worden weggegraven. De zandwinning ging door tot 1990. Toen de groeve in bedrijf was, was in de wanden van de groeve de gelaagde opbouw van de stuwwal zichtbaar. Deze bestaat uit dakpansgewijs opgestuwde losse schollen met afwisselend zandige, grindige en lemige of kleiige lagen, die ooit door rivieren zijn afgezet. Aardkundigen hebben er veel kunnen leren over de ontstaanswijze van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Inmiddels zijn die groevewanden begroeid geraakt en zijn de afzonderlijke lagen niet meer te zien.
Figuur 4. Uitzicht vanaf de bovenzijde van de groevewand, met in de laagte de Getuigeberg met spelende kinderen op de leemhelling. In de verte de Gelderse Vallei (met bebouwde kom Veenendaal) en in de verte de stuwwallen van de Veluwe. Foto Overland 010.

De getuigeberg
Gelukkig is bij het graven van de groeve een ‘getuigeberg’ uitgespaard, die bestaat uit zeer lemig of kleiig materiaal met steile hellingen. Dit materiaal komt uit een diepe laag die door het ijs naar boven is gestuwd. Het materiaal is zeer oud en stamt uit een relatief warme periode, het Waalien, die duurde van 1,45 tot 1,20 miljoen jaar geleden. Doordat kinderen op de steile hellingen klimmen, krijgt begroeiing hier geen kans en kunnen we dit materiaal nog steeds zien. Regenwater zakt niet weg in de vette leem en spoelt af langs de helling. Daarbij ontstaan erosiegeulen in de helling en onder de helling ontstaan allerlei sedimentatievormen: geologische processen in het klein.

De stuwwal boven de groeve
Wie de groevewanden beklimt, ziet het landschap van de stuwwal van voordat de groeve werd gegraven. Er staat bos doorsneden door fraaie lanen. Het bos en de lanen zijn kort na 1800 aangelegd op heidevelden door welgestelden die hier landgoederen stichtten. Er liggen ook enkele grafheuvels, Deze zijn vanaf ongeveer 2800 voor Christus opgeworpen, in een periode dat de stuwwal waarschijnlijk was bewoond. Grafheuvels getuigen nog van deze periode.
Figuur 5.  Oude laan tussen uitzichtspunt over de groeve en grafheuvel, foto Overland 016.

De groeve nu
Tegenwoordig zijn de groevehellingen deels in gebruik als terrein voor motorcross en ATB- en veldrijfietsen. Het westelijk deel van de groeve met de waterplas (36 hectare) is bestemd als natuur. Het gebied wordt volgens onderlinge afspraak via het samenwerkingsverband ‘Club Kwintelooijen’ duurzaam beheerd door de gemeenten Veenendaal en Rhenen.

Opgesomd: wat herkennen we?

  • De diepe groeve en hoge groevewanden
  • De Getuigeberg met oude lemige of kleiige afzettingen
  • Regenwater zorgt voor fraaie erosie- en sedimentatievormen
  • Prehistorische grafheuvels, en bos met enkele fraaie lanen op het niet afgegraven deel van de Buurtse Berg.
  • Verre uitzichten over de groeve zelf, de Gelderse Vallei tot op de stuwwallen van de Veluwe.