Naarden-Vesting

bijgewerkt 05-05-2020
Bron: © RAAP/Overland

Naarden-Vesting en de omliggende vestingwerken zijn cultuurhistorische fenomenen bij uitstek. De reden dat ze precies dáár liggen is echter mede bepaald door de ondergrond. Nog steeds herkennen we daarvan in de omgeving van Naarden het nodige. Wat maakt nu dat deze plek zo geschikt was voor een vestingstad?

Waar ...
toegevoegd door Geopark

Vroege stadsontwikkeling
De oude stad Naarden, ook wel Naruthi genoemd, werd rond 1350 bedreigd door de oprukkende Zuiderzee. Verwoestingen tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten gaven de nekslag aan het oude stadje, waarvan tegenwoordig bovengronds niets meer resteert. Voor de nieuwe stad werd een plek gekozen waar een lange zandrug, op de flank van de heuvels van het Gooi, de zeewering van palen kruiste. Op de overgang van nat naar droog had men stevige bouwgrond, maar konden toch de grachten eenvoudig gevuld worden. De zeedijk was ook een belangrijke handelsroute van Amsterdam naar het oosten en omgekeerd. Daarmee kwam de nieuwe stad met zijn planmatige inrichting zo’n beetje op de best denkbare plek van het Gooi te liggen! De privileges van het oude Naarden gingen over op de nieuwe stad. Tegen 1500 verloor Naarden echter zijn economisch belangrijke rol. De steeds verzandende zeehaven hielp daarbij niet.

Nieuwe hoogtijdagen
Na anderhalve eeuw van neergang was de 17e eeuw een nieuwe bloeiperiode voor Naarden. Essentieel daarbij was de aanleg van de trekvaart van Amsterdam naar Naarden, via Muiden en Muiderberg, in 1640. Een tweede markante episode in de opleving van Naarden was militair van aard, en heeft meteen een aardkundige achtergrond. Na 1672 werd Naarden opgenomen in de Oude Hollandse Waterlinie, en later in diens opvolger, de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Beide vestingstelsels waren bedoeld om Holland door middel van doelbewuste overstromingen en daarin gelegen versterkingen te verdedigen. Dat dat überhaupt kon was te danken aan het dalende maaiveld van de Hollandse veenontginningen. Het zandgebied ten oosten van Naarden zorgde wel voor een probleem. De vijand kon immers vanaf daar met droge voeten de stad bereiken. Daarom werd er een groot gebied afgegraven. Het zand werd onder meer in Amsterdam gebruikt voor het ophogen van bouwpercelen. Niet alleen de vesting zelf was belangrijk in de verdediging. Dat gold ook voor een aarden schans. Deze werd buitendijks, ten noorden van de stad, aangelegd om de buitendijkse gronden, zandplaten in de Zuiderzee en de haven van Naarden te verdedigen. De schans had bij zware storm te lijden van de ligging aan zee.

Uitbreiding van de vesting
De strategische positie van Naarden bleef door de eeuwen heen steeds relevant voor de verdediging. De schans werd in 1746 en 1785 vernieuwd. Zelfs tot op Bussums grondgebied werden tussen 1868 en 1877 militaire werken van het Offensief van Naarden aangelegd. Daarvan zijn er nog twee te bezichtigen. De vestingwerken van Naarden zelf werden verhoogd, en er werden bomvrije kazernes op gebouwd. Op de restanten van een eerdere schans werd tussen 1873 en 1875 een nieuw omgracht fort, Ronduit, aangelegd. Dat was bedoeld om te voorkomen dat de vijand ten noorden van Naarden over of langs de Zuiderzee naar Amsterdam kon oprukken. Het fort werd via een weg met de vesting verbonden. De omgeving van Ronduit is nog altijd onbebouwd, op de aanleg van de A1 na.

De vesting werd in 1926 opgeheven, al werd de omgeving tijdens de mobilisatie in 1939 nog versterkt. Vanaf 1964 volgde restauratie van de vestingwerken, ten behoeve van behoud van het erfgoed.

 

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • De planmatig-ruimtelijke uitleg van de veertiende-eeuwse stad Naarden in straten- en verkavelingspatroon en bebouwing, met een relict van de bijbehorende gracht en – buiten de gracht – in het reliëf sporen van de eerste haven (vroege vijftiende eeuw).
  • De laat-zeventiende-eeuwse vestingwerken met aanpassingen uit met name de negentiende eeuw, bij de inrichting van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, alsmede de militaire bebouwing binnen de vesting.
  • De deels gave landschappelijke, onbebouwde context aan de noord- en noordoostzijde (en voor een klein deel aan de zuid- en zuidwestzijde).
  • De ruimtelijke relatie tussen de stad en de zeedijken ten noordwesten en oosten van de stad.
  • Het fort Ronduit met gebouwen en aardwerken, waaronder de beschermende wal ten oosten van de fortgracht, en de bijzondere kraanbrug.
  • De natte infrastructuur in de vorm van de gracht.

Beheerder: Stichting Monumentenbezit https://monumentenbezit.nl/naarden-vesting
Staatsbosbeheer (http://www.staatsbosbeheer.nl)