Waterleiding pompstation

bijgewerkt 05-05-2020
Bron: © RAAP/Overland

Schoon drinkwater is altijd een probleem geweest in West-Nederland. In het lage poldergebied waren geen schone bronnen; men was aangewezen op oppervlaktewater of ondiepe putten. Amsterdam liet drinkwater uit de Vecht met schepen aanvoeren. Dat water was vaak besmet. De cholera-epidemieën van 1849 en 1866 eisten duizenden doden. In die tijd begon men te begrijpen dat ziektes als cholera door bacteriën in drinkwater veroorzaakt werden. Amsterdam begon vanaf 1851 water uit de duinen aan te voeren. Later ontstond ook belangstelling voor het schone water uit het Gooi. Het landschap van het Gooi is er door getekend.

 

Waar ...
toegevoegd door Geopark

In de zandige stuwwallen van het Gooi zakt het regenwater gemakkelijk weg. Aan de randen van het Gooi komt dit water als kwelwater tevoorschijn. Op de hoogste plekken van het Gooi ligt het water tot tien meter diepte. Dit water is moeilijker te winnen, maar toch was men hier omstreeks 1900 buitengewoon in geïnteresseerd. Dit water was geïnfiltreerd in de bodem van bos- en heidegebieden en daarom uitermate schoon.

Om het water uit de bodem te krijgen waren pompstations met grote pompen nodig. De toen beschikbare zuigpompen waren echter niet in staat diep water op te pompen. Vanaf 10 meter ontstaat er bij zuigpompen een vacuüm in de aanvoerleiding.

Vandaar dat vanaf circa 1900 aan weerszijden van de Hilversumse/Larenseweg pompstations in diepe kuilen in het landschap werden geplaatst. Aan de noordzijde van de Larenseweg kwam de Bron der Waterleiding Westerveld op de kruising van twee diep ingegraven sleuven te liggen. In het noordelijke verlengde van de noord-zuidsleuf liep de Waterleiding Nieuwer Amstel (ook wel aangeduid als Bronwaterleiding Amsterdam) naar de Laarder Watertoren. Het tracé is nog altijd herkenbaar aan een kaarsrecht pad over de heide.

 

Aan de zuidzijde van de Hilversumse weg kwam iets later, ook in een gegraven diepte, de Bron der Hilversumsche Waterleiding tot stand. Deze kuil werd in de jaren 1950 en 1960 uitgebreid tot een laagte van bijna 200 bij 500 meter. Toen ging het om zandwinning. Hoewel nu andere pomptechnieken beschikbaar zijn, liggen de pompstations nog altijd in deze laagten.

 

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Enkele grote kuilen in het landschap markeren de ligging van de pompstations. De laagten liggen het bos en zijn daarom niet in het landschap zichtbaar.
  • Het zuidoost-noordwest lopende rechte pad over de Westerheide markeert de ligging de Waterleiding Nieuwer Amstel (of Bronwaterleiding Amsterdam).
  • De waterleiding loopt naar de Laarder Watertoren uit 1931 naar ontwerp van Wouter Hamdorff.

Beheerder: PWN (Pompstation Westerveld) en Vitens (Pompstation Laren 1 en 2)